|
|
WEERT
Weert (Limburgs: Wieërt) is een
stad in de Nederlandse provincie Limburg en de stedelijke kern van de
gelijknamige gemeente. De plaats ligt bij de Peel aan de Zuid-Willemsvaart.
Weert heeft stadsrechten sinds 1414.
Weert staat bekend om haar Weerter vlaai (Limburgse vlaai), Deze
bekendheid heeft Weert te danken aan Antje van de stasie (dialect: van het
station) die vroeger met vol enthousiasme haar vlaaien verkocht aan
reizigers op het station van Weert.
In december 2002 had Weert in de St. Martinuskerk de grootste kerststal
van Europa.
Inhoud

Weert
Geschiedenis van Weert
De naam 'Weert' geeft reeds aan hoe de plaats is ontstaan. 'Weert' is
identiek met 'waard': een stuk land, gelegen bij of temidden van wateren
en moerassen, m.a.w. een ingedijkt stuk land. Dat de plaats deze naam
ontving is heel begrijpelijk wanneer men bedenkt dat destijds deze streek
zowel in het noorden, oosten als in het zuiden omgeven was door
uitgestrekte Peelplassen en moerassen, die vroeger een veel grotere
oppervlakte bestreken dan tegenwoordig. Tussen deze onbewoonbare
wildernissen lag een hoog en droog eiland en hierop is Weert ontstaan. Het
hele gebied werd onderscheiden in twee gedeelten: het hoger gedeelte
‘Overweert’ (Thans Weert) en het lagere gedeelte Nederweert. In de
omgeving van Weert hebben al sinds de prehistorie mensen gewoond. Dat
blijkt uit vondsten uit de steentijd en de aanwezigheid van de resten van
een groot urnenveld uit de late bronstijd op de Boshoverheide. Door middel
van een verhard voetpad is dit urnenveld toegankelijk gemaakt. Tevens zijn
er bewoningssporen uit de ijzertijd en de Romeinse tijd gevonden.
De plaats is ontstaan aan een knooppunt van wegen in het heide- en
veengebied op de grens van Brabant en Limburg aan de rand van de Peel.
Weert wordt voor het eerst als Wertha vermeld in een akte uit 1062. Dit is
het oudste document waarin voor het eerst sprake is van Weert. De akte is
gedateerd op 21 september 1062. De akte is echter een falsificatie van
ongeveer een eeuw later. In de akte wordt vermeld dat Markgraaf Otto van
Thüringen en zijn echtgenote Adela, Weert afstonden aan het Kapittel van
St. Servaas in Maastricht.
Weert wordt stad onder de Heren van Horn
Het was in die tijd gebruikelijk, dat geestelijken en stichtingen van
geestelijke aard hun wereldlijke bezittingen niet zelf bestuurden. Zij
stelden over hun aardse goederen een beheerder aan, die zij 'voogd'
noemden. Voor de heerlijkheid Weert werden dat de Heren van Horn,
afstammend van een bekend riddergeslacht, residerend in een burcht nabij
de Maas in Horn (Limburg). De heren van Horn, later de graven van Horn,
wisten grote zeggenschap te verkrijgen over Weert en Nederweert. Graaf
Jacob I bouwde er in 1455 het kasteel 'De Nijenborgh', dichtbij de
stadsmuren.
Het kasteel werd in 1703 tijdens de Spaanse
successieoorlog voor een groot deel verwoest door de troepen van graaf
Marlborough. Alleen de ruïne van de toegangspoort van de voorburcht en
resten van enkele hoektorens getuigen nu nog van de aanwezigheid van dit
kasteel.
Het oude versterkte huis van de heren in Weert, 'De Aldenborgh', was in
1461 afgestaan aan de Minderbroeders, die een klooster en de paterskerk
bouwden op de grondvesten ervan. Zij kregen van de graaf van Horn een
verplichting mee: de patroonheilige moest gelijk zijn aan die van het huis
van van Horn, namelijk St.Hieronymus.
In 1885 werd op de Biest een schuttersgilde opgericht; St.Hieronymus anno
1885 Biest, Weert. Ook nu nog zijn ze nauw verbonden met de paterskerk.
In het jaar 1414 werd Weert marktrechten verleend, waarmee Weert min of
meer officieel de status van stad verkreeg.
In het jaar 1480 werd in Weert het Gilde van Wieerter Stadsschutte Sinte
Catharina 1480 opgericht. Dit Gilde is het oudste onafgebroken bestaande
Gilde van Weert. Het Gilde was in ruste voor vele jaren maar werd in 1980
"heropgericht" door Bert Adriaens in samenwerking met de toenmalige
voorzitter van het in ruste zijnde Gilde. Het Gilde vierde in het jaar
2005 haar 525 jarig jubileum met een fantastisch feest "Anno 1480" /
website St. Catharina 1480 / website Anno 1480"
[bewerk] Middeleeuwse bloei en ontwikkeling van de stad in de daarop
volgende eeuwen
Dank zij de bescherming van de Graaf van Horn kwam ook een zekere
economische bloei over het stadje en de periode 1450—1550 kan met recht
genoemd worden de eerste Gouden Eeuw van Weert.
Vooral de talrijke gilden hebben veel bijgedragen tot de welvaart. Het
meest bekend was het gilde van het wolambacht of het lakengilde, de oudste
Weerter industrie. Het wolambacht telde een groot aantal leden, zoals
reizigers, verwerkers, spinners en spinsters, wevers. Het laken door dit
gilde gefabriceerd genoot een grote bekendheid en werd uitgevoerd naar
Engeland, Frankrijk en heel West-Europa.
Om aan de toenemende vraag naar het Weerter laken te kunnen voldoen werden
er in Antwerpen en Bergen op Zoom opslagplaatsen, de zogenaamde
lakenhallen opgericht, van waaruit het product verder werd geëxporteerd.
Spoedig na de bouw van het kasteel werd zodoende een aanvang gemaakt met
de bouw van de St. Martinuskerk, een driebeukige hallenkerk in late
Kempense gotiek met een lage massieve toren (zie afbeelding). In
tegenstelling tot dat wat algemeen werd (en wordt) aangenomen is de toren
nooit onvoltooid geweest maar hielden de middeleeuwse bouwmeesters terdege
rekening met de omgeving en de proporties van het kerkgebouw.
De Sint Martinuskerk was en is sedert dien, naast de Sint Michaël in
Zwolle, de enige in steen overwelfde laat gotische hallenkerk van
Nederland. De gewelfschilderingen die men aanbracht zijn zeer rijk en van
een uitmuntende kwaliteit. Zij werden herontdekt tijdens een restauratie
in de jaren zeventig van de twintigste eeuw onder verschillende lagen
witte kalk. Kenmerkend voor de Kempische laatgotiek zijn de zogenaamde
speklagen, een afwisseling van lagen baksteen met natuursteen, die het
gebouw een rijke uitstraling geven. Aan de middeleeuwse bloeiperiode van
Weert kwam echter een redelijk abrupt einde door het begin van de
Tachtigjarige Oorlog (1568 -1648). De laatste graaf van Horn, Filips van
Montmorency, beter bekend als "de graaf van Hoorne", was samen met Graaf
Lamoraal van Egmond, een der kopstukken van het verzet geweest tegen de
tirannie van Filips II van Spanje. Hun onthoofding in 1568 op de Grote
Markt in Brussel werd het sein voor de opstand tegen Spanje. Het hart van
Filips van Montmorency werd begraven in het koor van de Martinuskerk. Een
in 1841 door koning Willem I geschonken steen siert nog steeds dit graf.
Het wegvallen van de beschermende invloed van de
graven van Horn, de Tachtigjarige Oorlog, de scheiding tussen de
noordelijke en de zuidelijke Nederlanden, -Weert hoorde bij de Spaanse en
later bij de Oostenrijkse Nederlanden-, deden deels de routes, welke
handel en verkeer volgden, veranderen. Belastingen en vorderingen van
militairen, van zowel Staatse als Spaanse zijde, zorgden ervoor dat Weert
tot armoede verviel. De stad deelde weliswaar dit lot met verschillende
andere steden, maar in tegenstelling met deze andere plaatsen herstelde
Weert zich echter slechts zeer langzaam en zeer laat. De sterk geïsoleerde
ligging tussen de Peel en de Kempen in werkte remmend op het ontstaan van
handel en nijverheid. Van verharde wegen naar andere plaatsen was geen
sprake; eerst in het midden van de vorige eeuw werden de wegen naar
Roermond en Eindhoven verhard. Er waren geen waterwegen en ook de
spoorwegaansluiting zou zeer lang op zich laten wachten. Rondom de stad
lag nog steeds enkele kilometers brede strook van wateren en moerassen.
Weert was geheel op zich zelf aangewezen; landbouw was het hoofdmiddel van
een armzalig bestaan. Ruim drie en een halve eeuw zou de infrastructuur
weinig veranderen. Een belangrijke stap tot de ontsluiting was de aanleg
van de Zuid-Willemsvaart in 1825 doch het zag er naar uit dat de stad,
verstard in eeuwen van stilstand en vastgeroest in haar agrarische
belangen, deze gouden kans op nieuwe voorspoed zou verwaarlozen. Slechts
een scheepswerf dankt er haar ontstaan aan. De noodzakelijke voorwaarde
voor industriële bloei en bevordering van de handel, namelijk de
spoorwegaansluiting bleef uit tot 1879 toen de lijn
Antwerpen-Weert-Roermond-Duitsland werd aangelegd. Langzamerhand kon het
economisch herstel intreden en herwon de stad haar zelfvertrouwen. Een
eerste symptoom van dit groeiend zelfbewustzijn was de verhoging van de
weerter kerktoren tot meer dan 100 meter in 1889. Dit besluit van Deken
Custers werd mede mogelijk door de enkele decennia daarvoor herwonnen
godsdienstvrijheid in Nederland; men mocht weer officieel Katholiek zijn.
Het ophogen van de toren visualiseerde wellicht het meest duidelijk de
tweede bloeifase van de stad Weert, zowel in economisch als religieus
opzicht. In 1886 werd de oude toren van zijn middeleeuwse spits ontdaan en
kort daarop verhoogd met ruim 20 meter metselwerk in Neogotische stijl
naar een ontwerp van architect Johannes Kayser (een leerling van de
bekende architect P.J.H. Cuypers). Een bijna 60 meter hoge langgerekte
houten spits bedekt met leien maakte dat de toren bij afronding van de
werken in 1889 maar liefst 104 meter mat. Al in 1906 moest echter op last
van rijksarchitect Cuypers het kruis met 7 meter worden ingekort. Het
17,80 meter lange gevaarte stond inmiddels al zo'n 60 centimeter uit het
lood. Toch bleef de 'Lange Jan' met zijn 97 meter behoren tot de hoogste
kerktorens van Nederland.
De toestand rond 1900
Ondanks de gunstige economische factoren tijdens de tweede helft van de
negentiende eeuw kwam het herstel van de stad Weert maar heel langzaam op
gang. De voordelen van de verbeterde verkeerssituatie werden niet
voldoende uitgebuit en het industriële klimaat was nog allesbehalve
gunstig. Promotie en acquisitie waren nog onbekende begrippen. Rond 1900
is Weert nog steeds een kleine plattelandsgemeente van nog geen 9000
inwoners. De landbouw bleef er het hoofdmiddel van bestaan; zelfs binnen
de eigenlijke stadskern lagen op meerdere plaatsen boerderijen. De
industrie betekende nog niet veel; naast een scheepswerf en de drukkerij
Smeets waren er een kerkorgelfabriek en verder enige bedrijven zoals
leerlooierijen, zoutziederijen, touwslagerijen, hoedenfabrieken en
bierbrouwerijen. Handel was er praktisch alleen in granen en vee.
Uiterlijk had de plaats meer weg van een gezond dorp
dan van een welvarende stad. Er was veel laagbouw en huisjes zonder enige
verdieping waren zelfs talrijk. De eigenlijke stad strekte zich niet
verder uit dan het gebied binnen de grachten, de huidige singels;
daarbuiten regen zich de akkers en bossen aaneen. Klinkers en maaskeien
vormden de bestrating terwijl de wallen een grindlaag als wegdek hadden,
dat bij regenweer grote modderplassen vertoonde. Langs de straten in de
binnenstad liepen open riolen, de zogenaamde. 'ziepen' (Weerter dialect).
Er was te weinig contact met andere grote steden. Brabant en 'Holland'
lagen ver weg en waren tot 1913 per spoor enkel te bereiken via een omweg
over Roermond-Venlo-Helmond of over Neerpelt-Eindhoven.
Een grote sprong voorwaarts was de oprichting - overigens met grote moeite
vanwege tegenstand van de gemeenteraad - van een gasfabriek in 1906.
Vooral na 1910 begint het streven naar vernieuwing en modernisering. Het
bevolkingsaantal was intussen gestegen tot 10.000. De opening in 1913 van
de spoorwegverbinding met het nabije Noord-Brabant en met het centrum van
het land, de lijn Eindhoven-Weert, opende rijke perspectieven en wettigde
de verwachting, dat de stad eens zou uitgroeien tot een belangrijk
industriecentrum.
Krachtig gesteund door de thans gunstig geworden
verkeerspositie en door de gunstige arbeidsmarkt kwam na de Eerste
Wereldoorlog (1914 – 1918) de industrialisatie op gang. In de periode tot
1930 werden onder meer opgericht een chemische fabriek, een tweede
drukkerij, een beschuitfabriek, een meelfabriek, een brouwerij, een
tricotagefabriek, een machinefabriek, een houtzagerij en enkele
betonfabrieken. Voorts vestigden zich enkele bedrijven, die nauw verband
hielden met het agrarische karakter van de streek, waaronder een
strohulzenfabriek en verder het Landbouwbelang en de Landbouwbond. In de
jaren dertig, de tijd van een grote economische wereldcrisis, ontstonden
nog enkele metaalverwerkende bedrijven en een lucifersfabriek. In 1930 was
de agrarische bedrijfstak nog verreweg de grootste doch sindsdien heeft de
arbeidsbevolking zich zeer sterk ontwikkeld en streefde zij de agrarische
tak voorbij. Dit industrialisatieproces was zeer belangrijk voor het
opvangen van de vele arbeidskrachten, die in de landbouw niet meer
geplaatst konden worden; het land van Weert kende immers een zeer hoog
geboortecijfer, dat ver uitsteeg boven het provinciaal en landelijk
gemiddelde. Na de Tweede Wereldoorlog zette de verruiming van de
werkgelegenheid zich op grote schaal voort, welke in 1959 zou resulteren
in de aanwijzing van Weert als primaire ontwikkelingskern, wat belangrijke
rijkssubsidies met zich meebracht voor de bevordering van de
werkgelegenheid. Talrijke bestaande en nieuwe industrieën danken hieraan
hun uitbreiding of ontstaan. De stimuleringsmaatregelen, verbonden aan de
aanwijzing als primaire ontwikkelingskern, zijn echter in 1971 opgeschort.
Verandering van het stadsbeeld
Jacob van Horne, museum in binnenstad van Weert
Ook het uiterlijke aanzien van de stad begon na de 1e wereldoorlog te
veranderen; op alle terreinen werd de achterstand van eeuwen langzamerhand
ingelopen. Rond het begin van de jaren twintig werd een begin gemaakt met
het aanleggen van elektriciteit binnen de bebouwde kom en de omliggende
gehuchten, gevolgd door de aanleg van de waterleiding in 1928 en de
riolering in de jaren dertig. In 1920 ziet men de eerste trottoirs aan
gelegd terwijl na 1930 de asfaltering van de straten in de binnenstad
wordt aangepakt.
De middeleeuwse stadsgrachten zijn daarbij echter ten offer gevallen aan
de verkeerseisen, waardoor een ingrijpende verandering kwam in het oude
stadsbeeld. Doordat nu ook een meer intensievere bebouwing langs de
vroegere stadswallen tot stand kwam, veranderde het gezicht van de stad
nog meer. Tengevolge van de Tweede Wereldoorlog kwam er een einde aan de
plannen tot sanering van de woonomgeving en aan alle verdere modernisering
en uitbouw van de plaats. Vlak voor het uitbreken van de oorlog kwam nog
de bouw gereed van de Van Horne-kazerne, welke in niet geringe mate heeft
bijgedragen aan de vooruitgang van de stad, maar die tevens al een schaduw
vooruitwierp van de komende werelddreiging. Op 14 november 1940 was het
echter niet het oorlogsgeweld maar een hevige najaarsstorm die de Sint
Martinustoren opnieuw van uiterlijk deed veranderen. De langgerekte spits
tuimelde van de onderbouw, nam in zijn val één van de vier hoekpinakels
mee en kwam met groot geweld op hotel 'de Vesper' terecht. Wonder boven
wonder vielen daarbij geen doden of gewonden maar de ravage was enorm. In
de daarop volgende jaren werd de "onthoofde" toren gebruikt als
radiozendmast en liet de gemeente vastleggen dat zij de toren indien nodig
geschikt zou mogen maken voor wateropslag.
Na 1945 zette de ingezette groei en ontwikkeling
zich goed door. Deze derde bloeiperiode kwam, net als de voorgaande
bloeiperioden, allereerst tot uiting in de Sint Martinustoren. De gemeente
besloot een prijsvraag uit te schrijven. Het winnende ontwerp voor de
torenbekroning die ook nu nog de toren siert was van de hand van architect
Th. Verlaan en werd gerealiseerd tussen 1958 en 1960. Dit carillon is in
feite een voorstudie van zijn latere ontwerp voor de Arnhemse
Eusebiuskerktoren uit 1964. Hoewel de detaillering niet verfijnd is (zeker
in vergelijking tot zijn Arnhemse navolger) mag het ontwerp zélf met recht
geniaal genoemd worden. Het is een zeer geslaagd en bijzonder voorbeeld
van historisch verantwoorde jaren vijftig architectuur uit de twintigste
eeuw. Met name bij een meer nauwkeurige bestudering van de plattegrond van
de nieuwe opbouw blijkt op welk een vernuftige wijze deze is samengesteld.
In de jaren die volgden op de voltooiing van de
torenbekroning drukten de textielfabrieken zoals die van Van de Kimmenade
en bouwbedrijven zoals de bouwonderneming Wilma steeds duidelijker hun
stempel op het naoorlogse uiterlijk van de stad Weert. Zij deden tevens
een steeds grotere behoefte ontstaan aan de realisatie van zogenaamde
'moderne' woon- en winkelvoorzieningen. Weert onderging een ware
metamorfose die, volgens de toen geldende inzichten, ook de noodzaak deed
ontstaan tot het intensief aanpassen van de oude middeleeuwse binnenstad
met als doel het "gezond maken van de binnenstad als het centrum van stad
en streek". Keerzijde van de medaille was echter dat deze ambitieuze groei
ten kostte ging van oude en schilderachtige volksbuurten zoals de 'Hoge
kei', het 'Morregat' en de 'Doolhof'. Een gebrek aan historisch besef en
een ongeremd en té enthousiast vooruitgangsdenken hebben er toe
bijgedragen dat de sloophamer zelfs tot in de jaren tachtig zijn werk
grondig heeft kunnen doen. Ondanks het feit dat niet het gevoel voor
authenticiteit maar de commerciële exploitatie alles bepalend was en is
bij de realisatie van bouwplannen in het centrum van de stad, lijkt men de
laatste decennia toch iets zorgvuldiger om te gaan met de weinige
historische bebouwing die er nog rest. Zo zijn de gewelfschilderingen in
de Martinuskerk en de Sint Martinustoren in 2005-2006 zorgvuldig
gerestaureerd. In de toren zijn grote hoeveelheden van het in de jaren
vijftig bij de bouw van het carillon gebruikte poreuze tufsteen vervangen
door het veel duurzamere witte Chinese graniet; hetzelfde geldt voor de
decoraties in de balustraden rond de eerste omgang. Ook het zink van de
bekroning, de koperen bol bovenop de kroon met de Latijnse tekst: "de
wereld draait, het kruis staat" en het bijna manshoge gouden kruis zélf
werden hersteld.
Kermis Weert
De kermis in Weert is de grootste kermis van Nederland, op de
Tilburgse kermis na. Elk jaar komen er vele attracties en eetkraampjes
naar de stad om zich te vestigen, en honderduizenden bezoekers stormen op
deze kermis af. Op 8 pleinen zijn de attracties gevestigd. Deze pleinen
zijn: Bassin, Markt, Nieuwe Markt, Stationsplein, Kasteelplein, Langpoort
en de Dries.
Bekende Weertenaren
Annie van Gansewinkel - Schrijfster
Johnny Hoes - Nederlands zanger, producer en componist/tekstschrijver
R.J. Persoon - Oud-burgemeester
Veelgemaakte spellingsfouten: Weeert Wert Weet Weerd
bron: wikipedia
Bron foto: wikipedia
|
Bedrijfsreclame
hotel
auto
bouw
winkel
drukkerij
bloemen bezorgen
rijschool
makelaar
flats
hypotheek
notaris
woningen
keuken
hoveniers
reisburo
catering
restaurant
gasfitter
loodgieter
schilder
stratemaker
bruidsboetiek
bruidsmode
verhuizer
Provincie
Home
|