|
|
TWENTE
Ook wel geschreven als Twenthe
Twente (Begin van de jaartelling de Tubanti, in het
oude Latijn vermeld als Tuihanti, in 797 Tuianti, in 799 Tueanti, in 851
Thuehenti en in de elfde eeuw Tuente en tenslotte Twente of Twenthe) is
een streek in het oosten van Nederland, die het oostelijke deel van de
provincie Overijssel omvat en min of meer begrensd wordt door de rivieren
Regge en Dinkel en de grenzen met Duitsland en de Achterhoek (provincie
Gelderland). De naam Twente is afkomstig van de Romeinse benaming Tuihanti
oftewel Tubanten voor de Germanen die in dit gebied woonachtig waren en in
de Vroege Middeleeuwen door de Germaanse stam der Saksen geassimileerd en
hevig beïnvloed werden.
De namen Twente en Twenthe (met H geschreven) zijn beide gangbaar.

Het beroemde Twentse Ros.
Ontwikkeling
De geschiedenis van Twente voor de Vroege Middeleeuwen is slechts
sporadisch bekend. Er zijn wel vele bodemvondsten gedaan die op permanente
bewoning ver voor het begin van onze jaartelling wijzen. Tijdens de eerste
eeuwen na Christus vindt men de invloed van het Romeinse Rijk ook terug in
Twente, dat echter samen met de overige Noordwest-Germaanse streken
Romeinse pogingen tot onderwerping steeds met succes afsloeg. De
toenmalige bewonende stam der Tubanten mag dan fel tegen Romeinse
bezetting geweest zijn, zelf dienden zij als voortreffelijke ruiters en
krijgsheren in de Friese ruiterij-afdelingen van de keizers van Rome. De
naam Tuihanti en Tubanti vindt men terug op altaren en tafelen die
verspreid over het gebied van het toenmalige Romeinse Rijk gevonden zijn.
In Tuihanti hoort men duidelijk de taalkundige wortel van de naam Twente.
Vanaf de 5e eeuw na Christus drukt de invloed van de Saksen steeds meer
haar stempel op de streek. Waarschijnlijk vindt er enige kolonisatie- en
bevolkingspolitiek door de Saksen plaats. De wellicht aan de Saksen
verwante Tubanten vermengen zich snel met de nieuwkomers. Twente draagt
vanaf dan ook zelf de duidelijke cultuurkenmerken van de Noordoostelijker
gelegen stamgebieden der Saksen. Eind 8e, begin 9e eeuw kwam het Twentse
gebied onder de macht van het Frankische rijk te staan. De Franken onder
leiding van Karel de Grote onderwierpen de weerspannige Saksische streek
door eigen militaire vestigingen te stichten. Zo herinnert de naam
Oldenzaal aan Olde Sala. Sala is een Frankisch woord voor woonstede, ook
kan het op de Frankische Saliërs duiden. Twente was tot laat in de 8e eeuw
een weerspannige heidense streek gebleven, maar door de Frankische
overheid werd veel werk gemaakt van de kerstening. Massaal werd het
Doopsel ontvangen, voornamelijk nadat vooraanstaande Saksische leiders (Widukind)
zich hadden laten dopen. In die tijd werden ook de Germaanse heiligdommen
omgebouwd tot christelijke kapellen en kerken. De Saksische adel kon zich
door het nieuwe Frankische leenrecht gaan gedragen als feodale klasse. De
adel onderwierp de meeste boeren die voor de Frankische overname nog
geheel vrije gemeenschappen waren geweest. Sommige boeren - vooral zij die
op zeer arme gronden woonden - bleven evenwel vrij en zouden dat blijven
tot het finale afbrokkelen van de adellijke structuren in de 18e eeuw. Na
de onderwerping van de Twentse Saksen door de Franken in de 9e eeuw kwam
Twente (als deel van `t Oversticht) stevig in de greep van de Utrechtse
bisschoppen. Gedurende de Middeleeuwen beheerste een borgman - leenheer
van de bisschop - de streek vanuit zijn residenties (Goor en Delden).
Acht Twentse plaatsen kregen ooit stadsrechten:
Almelo
Enschede
Oldenzaal
Ootmarsum
Goor
Rijssen
Diepenheim
Delden
Typisch voor Twente was de structuur van de veel voorkomende marken.
Marken waren gemeenschappen van vrije boeren en dorpsbewoners die de
gehele gemeentelijke jurisdictie en alle landafbakeningsrechten genoten.
Zij stonden qua macht op hetzelfde niveau als de later ontstane
feodaliteitsadel. De marke-structuur is een typisch overblijfsel van de
Germaanse tijd waarin stammenvergaderingen besluiten namen en de feodale
structuur nog niet bestond. De marken bleven tot de 19e eeuw de lokale
macht uitmaken. Een ander typisch Twents historisch fenomeen is het
bestaan van de zogenaamde Scholtenboeren: vrije boeren die samen de eigen
buurtschap verdedigden en landarbeiders in dienst hadden. Tot in de 20e
eeuw zouden de rijke Scholtenboeren zich ver verheven voelen boven de
overige plattelandsbevolking.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog lag Twente verschillende keren in het
oorlogsgebied. Rond 1620 was vrijwel de gehele streek door het Spaanse
opperbevel aan de Staatse troepen van Maurits van Oranje overgelaten.
Hiermee was de woelige periode niet ten einde. Tientallen jaren nog lag de
vijand in de persoon van de prins-bisschoppen van Münster op de loer. Van
1672-[[[1674]] bezette Bommen Berend, bisschop van Münster, Twente in het
kader van een oorlog tegen de Zeven Provinciën. Bovendien voerde de
regering van Overijssel in de 17e eeuw op vaak gewelddadige wijze de
Reformatie in. In Twente werden de katholieke parochiekerken en kloosters
ondanks de weigering van het merendeel van het gewone volk en een klein
deel van de adel over te gaan naar het protestantisme, geconfisqueerd, van
binnen leeggehaald en heringericht voor de eredienst van de aanvankelijk
zeer kleine protestantse gemeenten. De katholieke bevolking mocht haar
godsdienst niet openlijk belijden, noch uitoefenen. Stiekem lazen
rondtrekkende priesters de H. Mis in tot kapellen omgebouwde stallen,
schuren en huizen op het Twentse platteland. Pas begin 19e eeuw zou de
situatie voor de katholieken verbeteren en ook in Twente in een
grootschalige nieuwbouw van katholieke kerken en kloosters resulteren.
De drie voornaamste plaatsen, Enschede, Hengelo en Almelo, kwamen alle
drie pas in de 19e eeuw tot noemenswaardige economische ontwikkeling.
Evenals in bijna alle andere Twentse plaatsen (Goor) kwam hier de
textielindustrie tot ontwikkeling op basis van de plaatselijke
huisnijverheid, en de komst van het spoor maakte juist deze drie plaatsen
tot de economische as van Twente. Nijverdal is als industriestad opgericht
door de Engelsman Thomas Ainsworth en vormt een uitzondering op deze
regel. In Hengelo domineerde de machinebouw, metaalindustie en
electrotechniek. De Twentse textielindustrie is inmiddels verleden tijd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Twente al op 10 mei 1940 overdonderd
door de Duitse Wehrmacht. Op enkele schermutselingen na bleef het rustig.
Reeds in de middag marcheerden Duitse kolonnes door de Twentse dorpen naar
het westen. NSB'ers beheersten het beeld in de grotere plaatsen. Het
Twentse platteland kenmerkte zich door passiviteit. De joodse gemeenschap
hield zich in Twente beter staande dan in andere delen van het land, omdat
de landelijkheid zich beter leende tot onderduiken. Voedseltekorten kende
men gedurende de oorlog niet echt. Al voor, en tijdens de hongerwinter
1944-1945 werden kinderen uit West-Nederland ondergebracht bij
boerengezinnen om aan te sterken en te overleven. Gewelddadige
verzetsacties kwamen er gedurende de oorlog niet voor, afgezien van
aanslagen op voedselbonkantoren. Het actief verzet bleef beperkt tot het
grootschalig onderduiken door joden en mannen die aan de Arbeitseinsatz
wilden ontkomen. De katholieke geestelijkheid en protestantse predikanten
als Ds. Overduin (Enschede) hielpen bij de hulpacties voor vervolgde Joden
en politici.
Als doorvoergebied van Zuid- en West-Nederland en Vlaanderen naar
Noord-Duitse industriesteden als Hamburg, Stettin en Hannover was Twente
een zeer belangrijk gebied voor het Duitse spoorwegtransport. Aan het
einde van de oorlog kreeg Twente het dan ook steeds zwaarder te verduren.
Grote delen van Hengelo en Enschede werden weggevaagd door geallieerde
bombardementen die bedoeld waren voor de daar gevestigde
bewapeningsfabrieken, zoals Hazemeijer en de spoorwegverbindingen. Daarbij
werd het centrum van Hengelo op 6 en 7 oktober 1944 zo goed als geheel
vernietigd. Het centrum van het stadje Goor werd tijdens een hevig
bombardement in maart 1945 weggevaagd, met vele burgerslachtoffers als
gevolg.
De naoorlogse wederopbouw geschiedde beetje bij beetje, waarbij Twente het
geluk had op de toen nog oplevende textielindustrie te kunnen terugvallen.
Twente heeft sinds enige decennia een vliegveld en, halverwege Hengelo en
Enschede, een - aanvankelijk uitsluitend technische - universiteit: de
Universiteit Twente. De totstandkoming van de A1 naar Berlijn, Hannover en
Osnabrück gaf vanaf de jaren '70 de Twentse regio een grote economische
impuls.
[bewerk] Landschap
Veen in Twente
Twente is buiten de grote steden een streek met grote landschappelijke
kwaliteiten: het heeft een kleinschalig coulissenlandschap met belangrijke
natuurgebieden (zoals het Lutterzand aan de meanderende Dinkel en de
Friezenberg bij Markelo), en veel groene landgoederen (Singraven, Weldam,
Twickel). Het gebied wordt van noord naar zuid door een heuvelrug
doorsneden, waarvan de Tankenberg bij Oldenzaal het hoogste punt is. Oud
stedenschoon is vooral te vinden in het kleine Ootmarsum en in mindere
mate in Oldenzaal, dat wel een zeer belangrijke Romaanse basiliek (de Sint
Plechelmusbasiliek) heeft.
Geologisch is Twente een van de interessantste gebieden van Nederland. Er
komen aardlagen uit verschillende perioden op een vrij klein gebied aan de
oppervlakte. Bij Losser bevindt zich een open steengroeve. Hengelo en
Boekelo hebben zoutwinning.
Folklore
In Twente hebben zich vele volksgebruiken kunnen handhaven, zoals het
midwinterhoornblazen en het stoken van paasvuren. In Ootmarsum wordt elk
jaar met Pasen door de katholieken het traditionele vlöggelen
gepraktiseerd door de poaskearls. In het Twentse volkslied worden al deze
eigenschappen van Twente, samen met de textielnijverheid en de landelijke
gemeenschap benoemd. In Oldenzaal, dat met de rest van Noord- en
Oost-Twente vrijwel geheel rooms-katholiek is, wordt uitbundig carnaval
gevierd.
De schrijver J.J. Voskuil beweert, dat het midwinterhoornblazen geen
voorchristelijk gebruik is, zoals lang gedacht werd, maar dat deze
traditie pas is ontstaan tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Daarvoor
vond het midwinterhoornblazen slechts incidenteel plaats. Toch is het
hoornblazen reeds eeuwen in Twente aanwezig - in verschillende varianten:
zo kent Markelo en omgeving het ossenhoornblazen.
De wijd en zijd bekende streeksport klootschieten maakt ook deel uit van
de Twentse cultuur en folklore. Oorspronkelijk werd dit spel gespeeld met
harde kleine ballen die zover mogelijk over lange zandwegen gegooid
werden. Tegenwoordig zijn er ook andere varianten (met rubberen ballen
bijvoorbeeld).
Religie
Twente wordt (van oudsher) gekenmerkt door een duidelijke
rooms-katholieke meerderheid, voornamelijk in het oosten en noordoosten
van Twente. Het uiterste westen en noordwesten van Twente zijn overwegend
(streng) protestants. Zoals hierboven vermeld is de katholieke godsdienst
duidelijk aanwezig in vele gebruiken van de streek. Christus-, Maria-,
heiligen- en Sacramentsprocessies en katholieke wegkapellen nemen, zelfs
in de huidige tijd van algemene secularisatie, in Twente nog in aantal
toe, waarvan bijvoorbeeld de kapelnieuwbouw rond kernen als De Lutte
getuigt. Op het Twentse katholieke platteland blijft de verbondenheid met
parochie en Kerk relatief groot. Tegenwoordig scoort Noordoost-Twente (Tubbergen,
Dinkelland) mede door haar katholieke karakter landelijk het hoogst qua
gemiddeld kindertal per huwelijk. Oostelijk, noordelijk, en zuidelijk
Twente zijn aldus overwegend rooms-katholiek. Het "Roomse bolwerk"
Oldenzaal, maar ook katholieke plaatsen als Denekamp, Tubbergen, Almelo,
Borne, Hengelo, Lonneker, Haaksbergen, en enigszins Delden en directe
omgeving maken het merendeel van Twente uit. In Oldenzaal zijn sinds de
Middeleeuwen de relieken van de H. Plechelmus aanwezig geweest, die van de
stad een regionaal bedevaartsoord maakten. Ook nu nog kan men deze
relieken vereren in een crypte van de St. Plechelmusbasiliek in dezelfde
stad. Het uiterste westen van Twente is in meerderheid protestants. Dorpen
als Diepenheim, Markelo, Holten, Hellendoorn (met de oudste Romaanse kerk
van Nederland), Nijverdal en Vriezenveen hebben sinds de reformatie (17e
eeuw) een voornamelijk protestantse bevolking. Een alom in den lande
bekend streng-gereformeerd bolwerk is Rijssen (De Poort van Twente), waar
men een nadrukkelijk aanwezige rijke mix van vaak zeer strikte
kerkgenootschappen die de Reformatie aanhangen vindt. Plaatsen als
Nijverdal, Goor en Wierden hebben een religieus gemengde bevolking. Al
vroeg in de twintigste eeuw kenmerkte Enschede zich als een socialistische
burcht door een grote mate van onkerkelijkheid. In de grotere Twentse
steden bevindt zich sinds de jaren '70 een islamitische minderheid. De
Joodse bevolking hield zich na de Tweede Wereldoorlog ondanks grote
verliezen staande en de erediensten worden in synagogen in Haaksbergen,
Hengelo, maar vooral in Enschede voortgezet.
Sporen van de religie vindt men overal in Twente. In Oldenzaal staat de
Middeleeuwse St. Plechelmusbasiliek, die opgetrokken werd uit Bentheimer
zandsteen. Delden bezit een kleinere, eveneense Middeleeuwse kerk (de Oude
Blasius), evenals Denekamp, Haaksbergen en Weerselo. In Tubbergen is niet
alleen de parochiekerk, maar ook het reusachtige monument voor de bekende
Twentse RKSP-politicus Mgr. Dr. Schaepman opmerkelijk. In de omgeving van
Denekamp en Zenderen zijn kloosters gevestigd. Vele kloosters en
kleinseminaries bevinden zich onder meer in Goor, Delden, Hengelo,
Haaksbergen, Enschede, Ootmarsum, Almelo en Oldenzaal, hoewel er door de
teruggang van het kloosterleven steeds weer enkele moeten sluiten.
In Enschede bezit de Israëlitische gemeenschap een indrukwekkende
synagoge. In Hellendoorn en Almelo zijn joodse begraafplaatsen te vinden.
Onder de bekende oude eikenboom bij Fleringen (de Kroezenboom) ligt een
katholieke wegkapel. In De Lutte, Denekamp, de voormalige gemeente Ambt
Delden enz. vindt men langs wegen eveneens talrijke katholieke
bidkapelletjes. In Overdinkel vindt elk jaar een processie ter ere van de
H. Gerardus Majella plaats onder leiding van de Paters Redemptoristen.
Streektaal
Het Twents is een dialect van het Nedersaksisch, een erkende taal die
aangetroffen wordt in zowel Nederland (Groningen, Oostelijk Friesland
(Stellingwerf), Drenthe, Overijssel, Gelderland) als Duitsland (Westfalen,
Nedersaksen, Saksen(-Anhalt), Mecklenburg-Vorpommern, Brandenburg, Bremen,
Hamburg, Berlijn). Nedersaksisch is samen met het Limburgs een van de
erkende twee streektalen in Nederland. Twents wordt gesproken in alle
gemeenten, maar sprake van één dialect is er niet. Woorden kunnen per dorp
sterk verschillen. De oostelijke delen van Twente kenmerken zich door een
on-Nederlandser dialect dan de westelijke delen. Zeer bijzondere klanken
en woorden vindt men in de dialecten van kernen als Vriezenveen, Enter en
Rijssen.
Het Van Deinse Instituut zet zich in om meer te weten te komen over heden
en verleden van Twente. Het in Enschede gevestigde instituut richt zich op
de streekcultuur, volkskunde, streektaal, cultuurgeschiedenis en het
landschap van Twente. Daarnaast verzamelt, onderhoudt, bestudeert en
presenteert het een uitgebreide collectie materiële getuigenissen uit het
verleden van Twente.
Imago van Twente en het Twentse zelfbeeld
Uit de gouden
korenaren
schiep God de Twentenaren,
en uit het kaf en de resten
de mensen uit het Westen
Op Twentenaren werd in vroeger tijden door grootstedelijke Nederlanders
neergekeken als een nijver, gesloten, eigenaardig, religieus boerenvolkje
uit het verre oosten des lands. Belangrijke imagoverbetering kwam tot
stand door de verovering van het Nederlandse toneel door vooral Herman
Finkers. Finkers voldoet op een hartelijke manier aan het stereotiepe
beeld van de Twentenaar: vreemd accent en droge humor. Finkers trad in het
verleden meermaals in het Twents op en verleende het dialect zo meer
bekendheid en eigenwaarde.
Twente wordt in de rest van Nederland ook gezien als een "gezellige
streek" en is daardoor steeds populairder geworden onder dag- en
campingtoeristen. Vele campings en hotels zijn rond Ootmarsum te vinden,
maar ook het landelijke gebied rond het dorpje Markelo is populair.
Door de toenemende bedrijvigheid en de economische groei van Enschede,
Almelo en Hengelo is er ook bij het Nederlandse bedrijfsleven een
positiever beeld van Twente ontstaan. Niet in de laatste plaats wordt
hiertoe bijgedragen door de Universiteit Twente en haar landelijke
uitstraling. De (inter)nationale bekendheid van een voetbalclub als FC
Twente (1965) draagt eveneens haar steentje bij aan een sterke
naamsbekendheid van de streek.
Hoezeer de culturele emancipatie van de streek - met al haar eigenheden -
gelukt is, blijkt wel uit het initiatief van de Twentenaren Herman Finkers
en regisseur Johan Nijenhuis. In oktober 2005 verscheen de Twentse
dramaserie Van jonge leu en oale groond bij RTV Oost. Door het Twentse
bedrijfsleven werd aan de totstandkoming van de kostbare
televisieproductie bijgedragen. Inmiddels is er landelijke belangstelling
voor de serie.
Plaatsen in Twente
Aadorp -- Agelo -- Albergen -- Almelo -- Azelo -- Beckum -- Bentelo --
Beuningen -- Boekelo -- Borne -- Bornerbroek -- Breklenkamp -- Bruinehaar
-- Buurse -- Daarle -- Delden -- De Lutte -- Den Ham -- Denekamp --
Deurningen -- Diepenheim -- Enschede -- Enter -- Fleringen -- Geesteren --
Glanerbrug -- Goor -- Haaksbergen -- Harbrinkhoek -- Hellendoorn --
Hengelo -- Hengevelde -- Hertme -- Langeveen -- Lattrop -- Lonneker --
Losser -- Mariaparochie -- Mander -- Manderveen -- Markelo -- Nijverdal --
Oldenzaal -- Ootmarsum -- Overdinkel -- Reutum -- Rijssen -- Rossum --
Saasveld -- Sint Isidorushoeve -- Tilligte -- Tubbergen -- Usselo -- Vasse
-- Vriezenveen -- Vroomshoop -- Weerselo -- Westerhaar -- Wierden --
Zenderen
bron: wikipedia
Bron foto: wikipedia
|
Bedrijfsreclame
hotel
auto
bouw
winkel
drukkerij
bloemen bezorgen
rijschool
makelaar
flats
hypotheek
notaris
woningen
keuken
hoveniers
reisburo
catering
restaurant
gasfitter
loodgieter
schilder
stratemaker
bruidsboetiek
bruidsmode
verhuizer
Provincie
Home
Provincie
Overijssel
Overijssel
Almelo
Borne
Dalfsen
Dedemsvaart
Deventer
Enschede
Goor
Haaksbergen
Hardenberg
Hengelo
Kampen.
Losser
Nijverdal
Oldenzaal
Ommen
Raalte
Rijssen
Steenwijk
Twente
Vriezenveen
Wierden
IJsselmuiden
Zwolle
|