SWIFTERBANT
 

Plaats in de Flevopolder. Ik was er voor het eerst in 1986 met mijn Ford D0910 Custom Cab vrachtwagen om een partij hout weg te brengen naar een aardappelboer. Tegenwoordig is er een groot cultureel centrum van de Jehova's Getuigen.

Later kwam ik erachter dat -alhoewel poldergebied- op die plaats al heel lang mensen woonden: de Swifterband-cultuur.



Swifterbant / Swifterband



De Swifterbantcultuur is een typerend complex van culturele uitingen, gekenmerkt door keramiek met een typisch spitse vorm. De cultuur is genoemd naar het dorp Swifterbant in de Flevopolder, waar de eerste vondsten zijn gedaan. Deze cultuur is ontstaan aan het begin van het neolithicum, ongeveer 4900 tot 3700 v. Chr., en heeft in de vroege tijd nauwelijks vaste nederzettingen. De cultuur wordt aangetroffen in waterrijke gebieden. Op hoger gelegen gedeelten zijn nog geen nederzettingen aangetroffen.
Inhoud


Geschiedenis
In de jaren 50 en 60 werden in de net drooggelegde polders op een diepte van 5 a 6 meter beneden N.A.P. de overblijfselen gevonden van een systeem van kreken en natuurlijke dammen uit prehistorische tijd. Ook vond men de resten van nederzettingen uit het mesolithicum en het neolithicum. Van 1962 tot 1978 worden de nederzettingen opgegraven en de vondsten geanalyseerd, hetgeen in de jaren negentig tot een aantal publicaties leidde.
 

Geologie
De omgeving van de Swifterbantcultuur ligt aan de oevers van de Overijsselse Vecht in de IJstijd. Het gebied wordt al bewoond vanaf het midden van het mesolithicum en wordt gekenmerkt door rivierduinen en kreken, die door de stijging van de zeespiegel veranderden in wetlands, rietvelden en venen. Later drong de zee het land binnen en worden klei-afzettingen gevormd.
In totaal zijn veertien nederzettingen bekend, waarvan er twee zijn opgegraven. De andere werden, om het bodemarchief intact te laten, door middel van testsleuven verkend.
 

Oorsprong en ontwikkeling
Tegen 5000 v. Chr. zijn in het zuiden van het land de boeren van de bandkeramische cultuur actief op de lössgronden van Limburg, terwijl boven de rivieren een cultuur van jager-verzamelaars te vinden is, waaruit zich de Swifterbantcultuur ontwikkeld heeft. Het gebied was rijk aan vis en wild, zodat hier goed te leven viel van jacht en verzamelen. Door de langzaam stijgende zeespiegel werd het land wel steeds natter (vervening) en minder toegankelijk. Dat kan een reden zijn geweest dat de Swifterbanters (later) op beperkte schaal aan akkerbouw deden.
Naar uit onderzoek[1] blijkt hebben deze twee culturen ongeveer 1000 jaar naast elkaar bestaan, waarbij de bewoners van de uitgebreide moerassen in de Rijndelta langzamerhand sommige gewoonten van de landbouwers in het zuiden hebben overgenomen. In toenemende mate treft men tussen resten van wild ook resten van gedomesticeerde dieren aan, waarbij een duidelijke progressie valt waar te nemen.
Het merendeel van het bekende aardewerk (resten van ongeveer 1300 potten) is van de twee opgravingen afkomstig. De aanwezigheid van paalgaten wijst erop dat de cultuur in ieder geval semi-sedentair was en dat de streek continu bewoond was vanaf het midden van het mesolithicum tot in het neolithicum de Swifterbantcultuur opgaat in de trechterbekercultuur.
 

Verwantschap met Deense en Scandinavische vondsten
Uit Denemarken en Zuid-Zweden is de zeer verwante Ertebøllecultuur en uit Noord-Duitsland de eveneens nauw verwante Ellerbeckcultuur uit Schleswig-Holstein, zodat het beeld ontstaat van een groep culturen aan de noordelijke kuststreken van Europa. De Swifterbantcultuur neemt hierbij een bijzondere plaats in omdat veeteelt, eerst schoorvoetend, later algemeen zo'n duizend jaar voor de Ertebøllecultuur werd ingevoerd.
 

Levenswijze
De gemeenschappen van zo'n 40 tot 80 personen leefden grotendeels van visvangst (zoals snoek, steur, zalm, paling en meerval) en jacht (hert, Europese otter, elanden, beren en watervogels), later (ca. 4500 v.Chr.) speelde veeteelt een belangrijke rol, waarbij varkens en rundvee een belangrijke rol speelden. Men kende ook emmertarwe en naakt graan. Er zijn bij recente opgravingen wel sporen van akkerbouw gevonden, maar een belangrijke rol speelde die waarschijnlijk niet.
De overgang van jager-verzamelaar naar een bestaan als boer was allesbehalve abrupt, maar verliep over vele generaties, waarbij een generatie niet eens besefte dat er een verandering optrad. Geleidelijk wordt echter jacht en visvangst vervangen door het houden van koeien, en (min of meer) gedomesticeerde varkens.

 

Veelgemaakte spellingsfouten: Zwifterband Schwifterband, Sifterband, Schwifterbant, Zwifterbant.

bron: wikipedia
Bron foto:
wikipedia


 



Bedrijfsreclame
hotel 
auto  
bouw
winkel  
drukkerij 
bloemen bezorgen  
rijschool  
makelaar  
flats   
hypotheek  
notaris  
woningen  
keuken  
hoveniers
reisburo   
catering   
restaurant   
gasfitter 
loodgieter   
schilder
stratemaker

bruidsboetiek  
bruidsmode

verhuizer
Provincie
Home

 

 

 

 

Provincie Flevoland 


Almere 


Biddinghuizen 


Dronten 


Emmeloord


Ens


Lelystad


Marknesse


Nagele


Swifterbant


Urk


Zeewolde