|
|
LEIDEN
Leiden is na Rotterdam, Den
Haag, Dordrecht en Zoetermeer de vijfde stad van de Nederlandse provincie
Zuid-Holland in Nederland. De directe agglomeratie Leiden, waartoe ook de
randgemeenten Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude behoren,
telt ruim 200.000 inwoners. Behalve aan deze randgemeenten grenst Leiden
aan de kustgemeenten Wassenaar (agglomeratie Den Haag) en Katwijk, aan
Leidschendam en aan Teylingen. Via deze laatste gemeente grenst Leiden ook
aan de Bollenstreek. De agglomeratie ligt in de regio Holland Rijnland.

Leiden
Geschiedenis
De stad ontstond als dijkdorp aan de voet van een kunstmatige heuvel
aan de samenvloeiing van de Oude en de Nieuwe Rijn. In de oudste
vermelding daarvan, omstreeks 860, werd het toenmalige dorp Leithon
genoemd. In de op deze heuvel gelegen burcht zetelde aanvankelijk een
leenman van de bisschop van Utrecht, maar de burcht kwam omstreeks 1100 in
handen van de graaf van Holland.
De gunstig gelegen nederzetting kreeg in 1266 bevestiging van de reeds
eerder verleende stadsrechten en ontwikkelde zich met haar bloeiende
lakennijverheid tot een van de grootste steden van het gewest Holland. In
1389, toen de bevolking tot ongeveer 4000 was gegroeid, moest de stad
worden uitgebreid met het stadsdeel tussen Rapenburg (tevoren de zuidrand
van de stad) en de Witte Singel.
Een bijzonderheid van Leiden is de aanwezigheid van uitgebreid
archiefmateriaal over het buurtleven en buurtorganisaties (de zogenaamde
gebuurten), dankzij een vroegtijdige en onophoudelijke
overheidsbemoeienis, die zelfs teruggaat tot de 14e eeuw. Dit staat in
detail beschreven in het boek Buurthouden van historicus Kees Walle
(Uitgeverij Ginkgo, 2005).
15e en 16e eeuw
In 1420 werd Leiden, in het kader van de Hoekse en Kabeljauwse twisten
veroverd door hertog Jan van Beieren. (Zie: Beleg van Leiden in 1420).
De grootste kerk van Leiden, de Pieterskerk, had aanvankelijk één van de
hoogste torens van Nederland. Bij een storm is de ruim 100 meter hoge
toren echter op 1 maart 1512 ingestort. De toren werd nimmer herbouwd.
In 1572 koos de stad de zijde van de anti-Spaanse opstand. De Spaanse
landvoogd Requesens sloeg in 1574 het beleg voor de stad. Nadat dit beleg
was afgeslagen - het Leidens ontzet van 3 oktober 1574 - kreeg de stad in
1575 een universiteit, de eerste van de Noordelijke Nederlanden (zie:
Universiteit Leiden). Hiermee betuigde stadhouder Willem van Oranje zijn
erkentelijkheid aan de Leidenaren, die het beleg door de Spanjaarden
hadden weerstaan, namens koning Filips II. (Dit laatste gaf blijk van een
grote ironie. De tot 1580 volgehouden fictie dat de prins van Oranje "den
koninck van Hispanjen altijd had geëerd", maar uitsluitend tegen diens
gehate stadhouder in opstand was gekomen, diende ook om de mogelijkheid
open te laten van een "verzoening" tussen opstandelingen en koning, maar
dan wel op voorwaarden van de opstandelingen). Leidens ontzet wordt nog
steeds jaarlijks op 3 oktober herdacht. Aanvankelijk alleen met een
herdenkingsdienst in de Pieterskerk, maar sinds 1886 ook als echte
feestdag. Zo eten vele Leidenaars op 2 en 3 oktober hutspot, wordt in de
Waag haring en wittebrood uitgedeeld, is er een grote kermis en wordt er
onder andere een optocht georganiseerd. De universiteit en haar studenten
zijn sinds 1575 een dominerende factor in het stadsbeeld.
17e en 18e eeuw
In de 17e eeuw komt de stad tot grote bloei, dankzij de impuls die
vluchtelingen uit Vlaanderen geven aan de textielnijverheid. De stad, die
voor het beleg van 1574 ongeveer 15.000 inwoners had geteld, waarvan
tijdens het beleg ongeveer een derde deel het leven had verloren, was in
1622 tot 45.000 inwoners gegroeid, terwijl omstreeks 1670 zelfs een aantal
van tegen de 70.000 werd bereikt. In de Gouden Eeuw was Leiden, na
Amsterdam, de grootste stad van Holland. De bevolkingsgroei maakte een
aanleg van nieuwe grachten en singels noodzakelijk. Het huidige centrum
van Leiden, herkenbaar aan het singelpatroon, werd in 1659 voltooid.
Tegen het einde van de 16e eeuw ontwikkelde Leiden zich tot een belangrijk
centrum van drukkerijen, uitgeverijen en boekhandels. De beroemde drukker
Christoffel Plantijn was er enige tijd gevestigd. Een van zijn leerlingen
was Lodewijk Elzevier (1547-1617), een telg uit een beroemd
uitgeversgeslacht, wiens boekhandel en drukkerij de grootste van Leiden
werd (de naam Elzevier werd enkele eeuwen later gebruikt door de
grondlegger van het Elsevier-concern). In de 17e en 18e eeuw had Leiden
een grote naam op het gebied van de (wetenschappelijke) uitgeverij en
boekhandel.
In de 18e eeuw raakt de textielnijverheid in verval. Door
protectionistische maatregelen in Frankrijk was de concurrentiepositie
verslechterd. Bovendien moesten de lonen relatief hoog zijn, omdat de
kosten van levensonderhoud in het gewest Holland hoog waren vanwege de
hoge belastingdruk. De Leidse textielondernemers gingen toen delen van het
productieproces verplaatsen naar "lagelonenlanden": Twente en de omgeving
van Tilburg!
Het gevolg was een gestage daling van het inwonertal van Leiden, dat eind
18e eeuw tot 30.000 was gedaald en omstreeks 1815 een dieptepunt van
27.000 zou bereiken.
19e en 20e eeuw
Op 12 januari 1807 werd de stad door een catastrofe getroffen toen een
aan de noordkant van de Steenschuur aangemeerd buskruitschip ontplofte: de
Leidse buskruitramp. Ongeveer 150 burgers kwamen hierbij om het leven.
Koning Lodewijk Napoleon bezocht persoonlijk de stad om de hulp aan de
slachtoffers te coördineren. Op de plaats van de door de ontploffing
veroorzaakte "Ruïne" werden later het Van der Werffpark en het
Kamerlingh-Onnes-laboratorium aangelegd.
In 1842 werd de voor Leiden zeer belangrijke spoorlijn naar Haarlem in
gebruik genomen. In 1843 kwam de verbinding met Den Haag tot stand.
In de 19e eeuw zou er enige verbetering optreden in de desolate
sociaal-economische situatie, mede dankzij de spoorlijn, maar het aantal
inwoners was omstreeks 1900 nog steeds niet ver boven de 50.000
opgeklommen. Pas in 1896 begon Leiden zich uit te breiden buiten de 17e
eeuwse singels. Vooral na 1920 vestigden zich nieuwe industrieën in de
stad, zoals de conservenindustrie (oostelijke binnenstad) en
metaalindustrie (Hollandse Constructie Groep).
In 1866 werd de stad getroffen door de laatste grote epidemie (cholera)
die in 1868 leidde tot de start van de bouw van het nieuw Academisch
Ziekenhuis (waar nu het Rijksmuseum voor Volkenkunde is gevestigd).
In 1883 werd niet alleen Leiden, maar ook heel Nederland, opgeschrikt door
het nieuws van de arrestatie van de Leidse gifmengster, Goeie Mie, die in
enkele jaren tijd minstens 27 slachtoffers had gemaakt.
In 1896 breidt Leiden uit buiten de singels door annexatie van delen van
Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude (in 1920 en 1966 volgen nieuwe grote
annexaties). De eerste door Leiden nieuwgebouwde wijk in dit gebied wordt
de statige burgemeester- en professorenwijk ten zuiden van de
Zoeterwoudsesingel. Met de bouw van deze wijk wordt in 1906 begonnen. Rond
1920 wordt het eerste grote sociale woningbouwproject, de wijk De Kooi,
gerealiseerd.
Tot groot verdriet van velen ging in de strenge winter van 1929 het
stadhuis in vlammen op. Van het pand bleef alleen de gevel aan de
Breestraat overeind staan. Wel waren enkele kostbare schilderwerken zeer
kort voor de brand ter restauratie overgebracht naar een andere locatie.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Leiden zwaar getroffen door geallieerde
bombardementen. De omgeving van het station en de Marewijk (tegenwoordig
de omgeving van het Schuttersveld en de Schipholweg) zijn vrijwel geheel
platgegooid.
Het huidige Leiden profileert zich vooral als een centrum van
wetenschappelijke kennis en nieuwe technologie. Daarnaast speelt ook het
toerisme een steeds belangrijkere rol in deze historische museumstad.
Bezienswaardigheden
Leiden dankt zijn bijnaam Sleutelstad aan zijn schutspatroon
Sint-Pieter (Petrus), aan wie ook de voornaamste kerk is gewijd.
Belangrijke bezienswaardigheden zijn:
de Pieterskerk (Leiden), de grootste kerk van Leiden
de Hooglandse Kerk, de grootste, nog in gebruik zijnde kerk van Leiden
de Burcht
de Hartebrugkerk, katholieke kerk
de Waag
de veelbezongen gracht het Rapenburg met het Academiegebouw
het stadhuis met de breedste renaissancegevel van Nederland
de Oude Sterrenwacht
twee stadspoorten: De Morspoort aan de noordwestzijde en de Zijlpoort aan
de noordoostzijde van het stadscentrum.
negen molens
35 hofjes
enkele tientallen monumentale wevershuisjes. Één wevershuis is als museum
van binnen te bezichtigen.
Een qua bouwstijl belangrijk gebouw is de Marekerk (1649). Het ontwerp van
deze kerk (1639), een achthoekige centraalbouw met banken om de kansel
heen, werd voor het eerst in de Hollandse kerkgeschiedenis speciaal
toegesneden op de protestantse dienst. De kerk is ontworpen door Arent van
's-Gravesande.
De ongeveer 6,5 km lange buitenste grachtengordel van Leiden (het
singelpatroon) is nog geheel intact. De omgeving van de vroegere wallen en
bolwerken is nu vooral groen. Er liggen parken, oude begraafplaatsen en de
Witte Singel loopt rond de hortus botanicus en de Sterrenwacht. De
Zijlsingel wordt gekarakteriseerd door het Meelfabriekcomplex, het enige
grote nog bestaande monument van het industrieel verleden van de stad.
Aan de zuidoostrand van de stad ligt het grote polderpark Cronesteyn. Het
bestaat uit verschillende cultuurlandschappen en het heeft een reigersbos.
Verder zijn er een bezoekerscentrum en een minicamping.
Musea en cultuur
Leiden herbergt een aantal belangrijke musea:
het Rijksmuseum van Oudheden
het Rijksmuseum voor Volkenkunde
Naturalis - Nationaal Natuurhistorisch Museum; de op twee na grootste
natuurhistorische collectie ter wereld, na het Smithsonian in Washington
D.C. en het Natural History Museum in Londen
Museum Boerhaave (wetenschapsgeschiedenis)
Stedelijk Museum De Lakenhal (beeldende kunst en geschiedenis)
De Hortus Botanicus Leiden, de oudste botanische tuin van Nederland
Leiden telt drie theaters. De Leidse Schouwburg op de Oude Vest, de oudste
schouwburg van Nederland, geopend in 1705; de Stadsgehoorzaal aan de
Breestraat en het LAK-theater.
Er zijn drie bioscopen, waaronder bioscoop Trianon op de Breestraat, samen
met het Amsterdamse Tuschinski Theater en het Royal Theater in Heerlen de
enige nog overgebleven vooroorlogse bioscoop in Nederland.
Verder wordt Leiden gekarakteriseerd door het project "Dicht op de Muur".
In het kader van dit project heeft stichting TEGEN-BEELD 101 gedichten op
evenzoveel Leidse buitengevels afgebeeld. Het gaat om uiteenlopende
gedichten in vele talen, waarmee aandacht wordt besteed aan de
internationaliteit van de stad (zie verder onder foto's).
Bibliotheken
Als boekenstad heeft Leiden een aantal belangrijke bibliotheken:
de Universiteitsbibliotheek Leiden, de oudste UB in Nederland
de Bibliotheken Leiden & Leiderdorp, de openbare bibliotheek
Evenementen
Werfpop in juli
Rembrandtfestival in het weekend rond 15 juli, de geboortedag van
Rembrandt.
Leidens ontzet rond 3 oktober
Leids Film Festival van 27 tot en met 29 oktober
Sport en recreatie
Deze plaats is gelegen aan de Europese wandelroute E11, ter plaatse
ook wel Marskramerpad geheten. De E11 loopt van Den Haag naar het oosten,
op dit moment tot de grens Polen/Litouwen.
Bekende personen
Verschillende oude meesters hebben banden met Leiden. Zo werd
Rembrandt in Leiden geboren terwijl ook Jan Steen, Gerrit Dou, Quiringh
van Brekelenkam en Frans van Mieris de Oudere in Leiden werkten. Drie
eeuwen later, in 1917, richtte Theo van Doesburg in Leiden samen met o.a.
Mondriaan en J.J.P. Oud het tijdschrift De Stijl op, dat van grote invloed
zou zijn op de 20e-eeuwse kunst en architectuur.
Op 26 augustus 1910 maakten de beroemde Oostenrijkse componist Gustav
Mahler en psychoanalyticus Sigmund Freud een historische wandeling door de
binnenstad van Leiden, en bespraken waarschijnlijk Mahlers problemen met
zijn vrouw Alma Mahler. Een bekende hedendaagse Leidse musicus is Nico van
der Meel, zanger van liederen, operarollen en oude muziek en leider van
enkele muziekensembles.
Ook uit de wetenschap zijn er belangrijke namen verbonden met Leiden. In
de 16e en 17e eeuw was de universiteit van Leiden één van de grootste en
meest toonaangevende in Europa. De beroemdste wetenschappers uit die tijd
trokken naar Leiden, zoals Justus Lipsius, Sebald Justinus Brugmans,
Carolus Clusius, Constantijn Huygens en René Descartes. 'Leermeester van
Europa' Herman Boerhaave doceerde en bestudeerde aan de Universiteit
Leiden. Albert Einstein heeft enkele belangrijke theorieën in Leiden
ontwikkeld, Heike Kamerlingh Onnes had een laboratorium in Leiden waarin
hij onderzoek deed wat hem uiteindelijk in 1913 een Nobelprijs opleverde.
Ook de Nobel-laureaten Hendrik Lorentz, Pieter Zeeman (beide natuurkunde)
en Willem Einthoven (fysiologie/geneeskunde) waren verbonden aan de Leidse
Universiteit. De bekende botanicus Nicolaas Meerburgh werd in Leiden
geboren en was hortulanus van de Hortus Botanicus Leiden.
Vele schrijvers waren of zijn nog steeds in Leiden actief. Een kleine
selectie: Willem Bilderdijk, Jacob van Lennep, Nicolaas Beets (Hildebrand),
Piet Paaltjens, Albert Verweij, J.C. Bloem, Boudewijn Büch, Jan Wolkers,
Maarten Biesheuvel, Maarten 't Hart, F.B. Hotz, Frits van Oostrom, Willem
Otterspeer, Ilja Leonard Pfeijffer en Abdelkader Benali.
Zienswaardigheden:
Molen De Valk, gezien vanaf de Stationsweg
De Oude Rijn met de Kerkbrug, gezien vanaf de Dullebrug
Het stadhuis aan de Breestraat
'Gemeenlandshuis' van het Hoogheemraadschap van Rijnland aan de Breestraat
De Morspoort, gezien vanaf de Morssingel
De Zijlpoort, gezien vanaf de Schrijversbrug
Oude Sterrenwacht (1860), gezien vanaf de Witte Singel
De Witte Singel en de Oude Sterrenwacht, gezien vanaf de Koepoortsbrug
De Nieuwe Rijn
Zoeterwoudse Singel met Plantsoen
Een van de Leidse muurgedichten: Aleksandr Blok's 'Notsj, oelitsa, fonar,
apteka'
Koornbrug (1825)
Bibliotheca Thysiana aan het Rapenburg
De voormalige meelfabriek De Sleutels
Geboren in Leiden
Willem II (1228), graaf van Holland en Rooms koning
Floris V (24 juni 1256), graaf van Holland
Jacob Duyn (1547), toneeldichter
Cornelis Schuyt (1557), componist en organist
Willebrord Snel van Royen (Snellius), (1580), natuurkundige
Jan van Goyen (1596), schilder
Rembrandt van Rijn (15 juli 1606), schilder
Jan Lievens (1607), schilder
Gerrit Dou (7 april 1613), schilder
Pieter de la Court (1618), wetenschapper
Jan Steen (1626 of 1625), schilder
Gabriel Metsu (1629), schilder
Frans van Mieris (16 april 1635), schilder
Jacob Toorenvliet (1640), schilder
Nicolaas Meerburgh (1734), botanicus
Johan Luzac (1746), wetenschapper, schrijver
Nicolaas Anslijn (12 mei 1777), schrijver
Klikspaan (8 januari 1814), schrijver
Johannes Diderik van der Waals (23 november 1837), natuurkundige
Piet Aalberse (27 maart 1871), politicus
Marinus van der Lubbe (13 januari 1909), vermoedelijke aanstichter van de
Rijksdagbrand
Willem Kolff (14 februari 1911), medicus, uitvinder en verzetsstrijder
Sem Hartz (28 januari 1912), graficus en grafisch ontwerper
Frans Poptie (3 maart 1918), jazzviolist
Zangeres zonder Naam (5 augustus 1919), zangeres
Jan de Troye (13 december 1920), radioverslaggever en omroepbestuurder
Alfred Kossmann (31 januari 1922), schrijver
F.B. Hotz (1 februari 1922), schrijver
Wim Slijkhuis (13 januari 1923), atleet
Chris van der Klaauw (13 augustus 1924), diplomaat en minister
Joop van der Reijden (7 januari 1927), politicus
Els Amman (4 september 1931), kunstenares
Gerda Kraan (30 juli 1933), atlete
Gerben Karstens (14 januari 1942), wielrenner
Louis Ferron (4 februari 1942), dichter en prozaschrijver
Emile Fallaux (16 augustus 1944), journalist en programmamaker
Henk van Woerden (6 december 1947), schrijver
Jan Brokken (10 juni 1949), schrijver
Bartho Braat (17 augustus 1950), acteur
Wim Rijsbergen (18 januari 1952), profvoetballer en international
Erik-Jan Zürcher (1953), taalkundige
Carolijn Visser (5 september 1956), schrijver
Eric Schreurs (1958), striptekenaar
Peter Meel (18 augustus 1959), historicus en Surinamist
Ronald Florijn (21 april 1961), roeier
Carina Benninga (18 augustus 1962), hockeyinternational en -coach
Taco van den Honert (14 februari 1966), hockeyinternational
Prinses Laurentien (25 mei 1966)
Isa Hoes (13 juni 1967), actrice
Frits Huffnagel (15 juli 1968), VVD-politicus
Glenn Helder (28 oktober 1968), profvoetballer en international
Wibi Soerjadi (2 maart 1970), pianist
Ronald van der Voet (ZEDZ) (1971), graffiti-artiest
Leon Krijgsman (17 juni 1973), tv-presentator
Barry Opdam(27 Februari 1976), Voetballer
Carice van Houten (5 september 1976), actrice
Armin van Buuren (25 december 1976), trance-deejay en producer
Klaas Veering (26 september 1981), hockeyinternational
Renske Leijten (17 maart 1979), SP-politicus
Onderwijs in Leiden
Universiteit Leiden
Bonaventura College
Da Vinci College
Hogeschool Leiden
Stichting Kaderopleidingen Leiden (particulier deeltijd HBO voor
volwassenen)
Leidse Instrumentmakers School
ROC Leiden (Regionaal Opleidings Centrum)
Stedelijk Gymnasium
Mytylschool De Thermiek (school voor kinderen met een motorische of
meervoudige beperking)
Visser 't Hooft Lyceum
Volksuniversiteit K&O Leiden
Vlietland College
Instituut R.R. Vrijbergen (particulier onderwijs)
Marecollege (voortgezet onderwijs op antroposofische basis)
Webster University (Amerikaanse erkende universiteit in Nederland)
Stichting Kring van Leidse Repetitoren (particulier onderwijs voor
Rechtenstudie en opleiding tot Makelaar O.G.)
Vervoer
Leiden is bereikbaar per trein vanaf Station De Vink, Station Leiden
Centraal en Station Leiden Lammenschans. Verder is er openbaar vervoer per
bus. Over de autosnelweg is Leiden bereikbaar via de A4, A44 en de N11.
Uit onderzoek in het kader van het plan de lightrailverbinding
RijnGouweLijn dwars door de binnenstad te laten lopen, bleek dat Leiden in
Nederland de stad is met het meeste fietsverkeer.
Veelgemaakte spellingsfouten: Lijden Leije Leijden
Ledijn Leden Leide Leijde Lijde
bron: wikipedia
Bron foto: wikipedia
|
Bedrijfsreclame
hotel
auto
bouw
winkel
drukkerij
bloemen bezorgen
rijschool
makelaar
flats
hypotheek
notaris
woningen
keuken
hoveniers
reisburo
catering
restaurant
gasfitter
loodgieter
schilder
stratemaker
bruidsboetiek
bruidsmode
verhuizer
Provincie
Home
|