HARLINGEN
 

Harlingen (Fries: Harns) is een stad en de hoofdplaats van de gemeente Harlingen in de Nederlandse provincie Friesland. Het is ook de belangrijkste havenstad van de provincie Friesland. In de haven van Harlingen ligt, naast de Harlinger schepen, ook een grote Urker vloot. Harlingen behoort tot de Friese elf steden.



Wapen van Harlingen



Beschrijving
Harlingen verkreeg in 1234 stadsrechten en is daarmee als stad ouder dan bijvoorbeeld Leeuwarden, Dokkum, Franeker of Amsterdam. Een deel van de verdedigingswerken is nog steeds in het centrum van de stad te zien. De oorspronkelijke grachtengordels zijn ook nog grotendeels terug te vinden, net als de pakhuizen en de in Hollandse stijl gebouwde huizen met hun aparte gevels. De gevelstenen geven aan een huis een eigen merkteken. Ze zijn vaak op een opvallende plaats aangebracht, soms als ornament. Veel gevelstenen zijn gerestaureerd en laten de geschiedenis van het huis zien (bijvoorbeeld welk beroep in het huis is uitgeoefend). De pakhuizen worden niet meer gebruikt voor het doel waarvoor ze gebouwd zijn.
Ook zijn er in de stad nog vele steegjes, deze vormden verbinding tussen de grachten. Op de smalle straatgedeeltes vond vroeger de handel plaats in de vele goederen die over water werden aangevoerd. In enkele steegjes is die straatfunctie nog herkenbaar.
Het toerisme neemt elk jaar nog steeds toe: niet alleen Nederlanders zelf bezoeken de stad veel, maar ook veel Duitsers, enkele Belgen en een klein toenemend aantal Engelsen komen op de stad af. De Harlinger Visserijdagen vormen een bekend feest. In Harlingen zetelt ook de Waddenvereniging, een organisatie die opkomt voor de natuurlijke belangen van de Waddenzee.
 

Wapen en vlag
Het stadswapen van Harlingen komt het eerst voor op een stadszegel uit 1426. Het wapen was een eigendomsteken en symbool dat documenten van de stad een officieel karakter verleende. De houder van een wapen was een rechtspersoon. Overeenkomsten werden 'bezegeld' door een afdruk van het wapen in rode was op documenten of als sluitzegel op perkamenten rollen en enveloppen. Dienaren en beambten van de stad droegen het wapen op ambtskleding, helm of pet. Ook vandaag nog dragen de bodes in het stadhuis en het havenpersoneel het wapen op hun uniform. Ook op eigendommen van de stad, zoals bijvoorbeeld voertuigen en bruggen, wordt het wapen afgebeeld.
De gouden leliën symboliseren Mariaverering en omdat men haar hoger achtte dan Sint Michael, de beschermheilige van de stad, staan haar gouden leliën op een prominentere plaats in het wapen dan de rode kruisen van Sint Michael. Dikwijls wordt Sint Michael als drakendoder - bestrijder van onheil - naast het wapen afgebeeld.
Het recht om het wapen te gebruiken werd in 1818 weer hernieuwd en bevestigd door De Hooge Raad van Adel: Gebruik makende van de magt aan denzelven verleend, bij besluit van den 20sten Februarij 1816, bevestigt bij dezen de Stad Harlingen, in gevolge het door haar gedaan verzoek, in het bezit van het navolgende Wapen: Zijnde gevierendeeld. Het eerste en vierde deel van keel, beladen met drie gouden leliën geplaatst twee en een. Het tweede en derde deel van zilver beladen met vier kruisen van keel. Het schild gedekt met een kroon. Keel is in de wapenkunde, de term voor rood. In tegenstelling tot de betekenis van lelie en kruis, beide symbolen die vroomheid verbeelden, is de betekenis van kleuren niet precies vastgelegd. Meestal werden contrasterende kleuren gekozen om een wapen of vlag herkenbaarder te maken.
Weliswaar bestaan er populaire verklaringen voor de betekenis van kleuren - rood zou de kleur van de hartstocht zijn bijvoorbeeld - toch is daarmee niet gezegd dat het rood in het Harlinger wapen ook die betekenis heeft. De uitvoering van het wapen is door de Hoge Raad van Adel vastgesteld. De kroon bevat drie bladeren en tweemaal drie parels. Sint Michael moet worden afgebeeld als: 'Een gevleugeld Vrouwenbeeld...'
De Harlinger vlag is, net als het stadswapen, eeuwenoud. Er is geen exact jaar aan te wijzen waarin de stad de vlag toegewezen kreeg of deze zelf 'ontwierp'. Naar alle waarschijnlijkheid heeft de vlag geleidelijk zijn huidige vorm gekregen.
In 1695 staat in de Nieuw Hollandsche Scheepsbouw van Carel Allard, een afbeelding van de vlag van Harlingen. In 1708 beschrijft de Dokkumer Gerrit Hesman een vlag bestaande uit drie banen die heel anders van kleur zijn: rood, wit en geel zonder blauwe zoom of wapen. In 1719 beschrijft een zekere David Mortier uit Amsterdam de Harlinger vlag: 'De gele middelbaan met in het midden het wapen, beslaat 6/8ste van de breedte en de blauwe banen onder en boven elk 1/8ste.
 

Geschiedenis
In het jaar 777 sticht Gustavus Forteman de eerste Christenkerk in Friesland, te Almenum.
Omstreeks 1157 sticht Eilwardus Ludinga het klooster Ludingakerke in het dorp Almenum. De monniken graven grachten om de handelsvaart beter mogelijk te maken. Ludingakerk wordt een van de rijkste kloosters in Friesland. De buurt ten westen van Almenum, Harlingen, wordt daardoor zó belangrijk dat deze in 1234 stadsrechten krijgt. Noordwestelijk van Harlingen ligt dan nog de stad Griend met poorten, grachten en zelfs een hogeschool. In 1287 wordt Griend tijdens noodweer grotendeels verzwolgen door de zee. Thans is Griend nog slechts een zandplaat in de Waddenzee. De naam Harlingen is vermoedelijk afkomstig van de state Harlinga. In 1311 komt "Harlingen" komt voor in Engelse havenregisters. In 1579 ondertekent ze de Unie van Utrecht en op 22 december 1634 ontvangt Harlingen zijn octrooi van de Staten van Friesland voor "Groenlandsch- en Straat Daevids-visscherij" (walvisvaart).
Twee eeuwen lang bestaat Harlingen, 'gelegen op een bogtigen uithoek der kust', in de schaduw van de universiteitsstad Franeker. Maar door de verbinding met de zee neemt de welvaart gestaag toe. Vroeger lag de stad westelijker dan vandaag, maar de zee slaat regelmatig land weg. In 1543 en 1565 breidt men uit in noordelijke richting, zodat de Noorderhaven de Binnenhaven wordt, die hij nu nog is. Op de middag van 17 mei 1568 worden tot verbazing van de Harlingers 1800 Waalse soldaten aan land gezet, die later in de slag bij Heiligerlee verslagen worden. De gehate Spaanse kolonel Caspar de Robles - door Alva daar als stadhouder aangesteld - gelast in 1574 verhoging van de dijken. In 1579 volgt een uitbreiding naar het oosten, mede door de toevloed van Vlaamse doopsgezinden die het roomse zuiden ontvluchten. Door deze uitbreiding die in drie maanden voltooid is, ligt de kerk van Almenum nu binnen de stadsvesten. De handelsvaart naar de landen om Noord- en Oostzee neemt toe en in 1598 wordt de stad weer uitgebreid, nu in zuidelijke richting.
In 1644 komt de Friese Admiraliteit van Dokkum naar Harlingen. De Zuiderhaven krijgt het karakter van marinehaven. De vermaarde Tjerk Hiddes de Vries wordt er later luitenant-admiraal. De krijgsvaart blijft echter van minder belang dan de handelsvaart. Talrijke schippers onderhouden beurtvaarten naar de Waddeneilanden, naar alle hoeken van de provincie en naar de Zuiderzeehavens, waarvan Amsterdam de belangrijkste is. De stad kent veel nijverheid. Er zijn scheepswerven, bierbrouwerijen, zout- en zeepziederijen, steen- en pottenbakkerijen, kalkovens, graan- en zaagmolens. Maar zoals dat al eerder het geval was met de Hanzesteden aan de toenmalige Zuiderzee, wordt Harlingen in de volgende eeuwen voorbijgestreefd door Amsterdam en Rotterdam. Toch blijft Harlingen als kustvaart- en vissershaven met veel voorzieningen en het nieuw gegraven Van Harinxmakanaal van groot economisch belang voor Friesland.
 

Oranjebezoeken
Verschillende keren is Harlingen bezocht door de stadhouderlijke en later de koninklijke familie. Het eerste bezoek was van Willem van Oranje.
 

Rondom de stad
Rondom de stad wordt enige akkerbouw bedreven; dit in tegenstelling tot de in Friesland gebruikelijke veehouderij (zwartbonte Friese stamboekrunderen). De dorpjes Wijnaldum en Midlum liggen binnen de gemeente Harlingen. De gemiddelde Harlinger voelt zich in de eerste plaats Nederlander, oudere mensen daarna Harlinger. Friesland doet de Harlingers niet zoveel. Dit is ook niet zo vreemd: Harlingen ligt wat geïsoleerd en is door de snelle opkomst van Leeuwarden en de universiteitsstad Franeker na de Middeleeuwen klein gebleven.
 

Friese taal
Het Fries wordt wel op de Harlinger scholen onderwezen, maar heel weinig gesproken. Het Harlingers veel meer, maar over het algemeen blijft de Nederlandse taal het meest gebruikt, blijkens een enquête. De vaarten en kanalen rond Harlingen hebben ook Nederlandse namen en geen Friese. Tijdens een referendum konden de Friese gemeenten stemmen of de namen van de vaarten en kanalen in Friesland, die meestal vernoemd zijn naar de prinsen en prinsessen van de koninklijke famlilie, verfriesd moesten worden. Alle gemeenten in het Friese taalgebied stemden voor, behalve Harlingen. Daarom hebben ze nu nog hun oude Nederlandse benaming.
 

Harlinger Havens
Noorderhaven
Zuiderhaven
Willemshaven
Vluchthaven
Industriehaven
Vissershaven
Haven Oostpoort
 

Infrastructuur
Ongeveer 8 kilometer ten zuiden van Harlingen begint de Afsluitdijk die sinds 1932 een directe route vormt tussen Friesland en Noord-Holland. Vanuit de haven van Harlingen via Station Harlingen Haven vertrekken de veerdiensten naar Terschelling en Vlieland. De stad is ook een van de Friese Elfstedentocht steden. Daarnaast worden diverse vrachtroutes vanuit de haven onderhouden, zoals

 

Veelgemaakte spellingsfouten: Herlingen, Harlingun, Halingen.

bron: wikipedia
Bron foto:
wikipedia




 



Bedrijfsreclame
hotel 
auto  
bouw
winkel  
drukkerij 
bloemen bezorgen  
rijschool  
makelaar  
flats   
hypotheek  
notaris  
woningen  
keuken  
hoveniers
reisburo   
catering   
restaurant   
gasfitter 
loodgieter   
schilder
stratemaker

bruidsboetiek  
bruidsmode

verhuizer
Provincie
Home

 

 

Provincie Friesland
Bolsward
Dokkum
Drachten
Franeker
Harlingen
Heerenveen
Joure
Leeuwarden
Oosterwolde
Sneek
Wolvega

Ameland
Schiermonnikoog
Terschelling 
Vlieland