|
|
GELEEN
Geleen (Limburgs: Gelaen) is een stad en
een voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Limburg. Tegenwoordig
maakt de stad deel uit van de gemeente Sittard-Geleen.
Zij dankt haar naam (oorspronkelijk "Op-geleen") aan haar ligging bij het
riviertje de Geleen (ook wel de Geleenbeek genoemd), dat de oostgrens van
de gemeente vormde. De stad omvat de vroegere dorpskernen Oud-Geleen,
Lutterade, Krawinkel, Spaans-Neerbeek en Daniken, en daar omheen de in de
laatste eeuw ontstane wijken. Anno 2007 wonen er bijna 33.000 mensen. De
gemeente besloeg een grondgebied van 1220 hectare.
Op 1 januari 2001 is Geleen met Sittard en Born samengevoegd tot de nieuwe
gemeente Sittard-Geleen.

Geleen
Geschiedenis
In het gebied van de huidige gemeente Sittard-Geleen lagen de oudste
boerendorpen van Nederland. Na vele eeuwen waarin de mensen een
rondtrekkend jagersbestaan leidden vestigden zich hier ruim 5.000 jaar
voor Christus de eerste mensen die leefden van akkerbouw en veeteelt. Deze
bandkeramiekers, zo genoemd naar de versiering op hun aardewerk, woonden
in kleine nederzettingen van 5 tot 15 vrij grote huizen met in totaal zo’n
50 tot 150 bewoners. Hun woningen lagen op de lössgronden nabij de (Geleen)beek.
Door deze ligging waren de noodzakelijke basisvoorzieningen, water en
vruchtbare grond, voorhanden. Na zo’n 400 jaar hebben deze eerste
landbouwers onze regio verlaten. Hun beschaving is om tot nu toe onbekende
redenen verdwenen.
Ook andere beschavingen, zoals de Romeinse, hebben hier hun sporen
nagelaten. Zo is er zowel in Geleen als in Limbricht een sarcofaag
teruggevonden en in Buchten een fraai beeldje van een haan uit de Romeinse
tijd.
Geleen, vanaf het midden van de twaalfde eeuw al vermeld als Glene, was
aanvankelijk alleen een kerkdorp. De geschiedenis van deze plaats raakte
verbonden met kasteel Jansgeleen, dat ook de zetel was van de heerlijkheid
Geleen en Spaubeek (vanaf 1557), die later verheven werd tot graafschap
(1654].1 Deze heerlijkheid behoorde tijdens de tachtigjarige oorlog tot de
Spaanse Landen van Overmaas. Van 1713 tot 1794 viel Geleen bestuurlijk
onder Oostenrijk, dat de Zuidelijke Nederlanden beheerste, en vervolgens
tot 1815 onder Frankrijk. Na het Ancien Régime en de Franse tijd bleef
Geleen meer dan een eeuw lang een dorpje, of eigenlijk drie, inclusief de
gehuchten Lutterade en Krawinkel.
Werk en bevolking
Geleen kwam zeer snel en spectaculair tot ontwikkeling als
industriegemeente na de bouw van de kolenmijn Staatsmijn Maurits, waarmee
in 1915 in het gehucht Lutterade werd begonnen en die weldra de modernste
van Europa zou worden. Het aantal inwoners steeg explosief. In zestig jaar
tijd nam de bevolking toe tot het tienvoudige. In 1920 waren het er nog
slechts 4.000, tien jaar later al 12.000, in 1955: 25.000, in 1980: het
hoogste aantal, 40.000, om nadien door vergrijzing weer te dalen tot
33.000 in 2005.
Groei en bloei
Geleen, en aanvankelijk vooral Lutterade, werd het bloeiende centrum
van de zogeheten Westelijke Mijnstreek, thans nog een streekgewest. De
gemeente werd uitgebreid met nieuwe wijken Lindenheuvel, Patersveld en
later Geleen-Zuid en Haesselderveld. Als jonge, dynamische industriestad
en economische motor van de regio met veel import van hoger kaderpersoneel
stak Geleen weldra het naburige Sittard naar de kroon, dat vanouds een
levendige, historische stad en marktcentrum was, maar met veel minder
groeipotentieel. In korte tijd werd een nieuw stadscentrum ontwikkeld
waarin alle bekende warenhuizen en grote winkelketens vertegenwoordigd
waren. Met enige jalouzie werd hier door Sittard naar gekeken. De
verhoudingen tussen beide zo geheel andere zusterstadjes werden lange tijd
gekenmerkt door een grote onderlinge rivaliteit en naijver. Sittard deed
zelfs een poging tot annexatie van Geleen, hetgeen leidde tot fel
protesten van de Geleense bevolking, en met succes. Uit deze tijd stamt
een Geleens (carnavals)liedje "Gans Gelaen dat is der teage". Dat de beide
plaatsen in 2001 tesamen met Born zouden fuseren tot een nieuwe, grote
industriegemeente (Sittard-Geleen), zou een halve eeuw geleden volstrekt
ondenkbaar zijn geweest. Thans vormen zij een flinke en krachtige
gemeente, die zelfs Heerlen als tweede stad van de provincie is
gepasseerd.
Economie en infrastructuur
De Staatsmijn Maurits, in exploitatie genomen in 1924, was na een
stormachtige expansie een halve eeuw later ook de eerste van de
Nederlandse steenkoolmijnen die gesloten werd (1967). Een chemische reus
kwam er als dochterindustrie voor in de plaats. Zoals tevoren Geleen en
Maurits bijna synoniemen waren, zo waren dat sindsdien ook weer Geleen en
DSM, althans tot aan de ontwikkeling van het huidige Sittard-Geleense
industriecomplex Chemelot. Geleen was en bleef het centrum van de zware
industrie in Limburg. De grote binnenhaven aan het Julianakanaal bij Born
completeert het beeld van deze economische mainport, evenals de nabije
luchthaven Maastricht Aachen Airport bij Beek. Geleen kent twee
treinstations, te weten Geleen-Lutterade (aan de spoorverbinding Sittard -
Maastricht) en Geleen Oost (aan de spoorverbinding Sittard - Heerlen).
Momenteel wordt in Geleen-noord het nieuwe Maaslandziekenhuis gebouwd, het
modernste ziekenhuis van Nederland.
Wijken en buurten
Geleen is in volgende wijken en buurten verdeeld: Dassenkuil,
Geleen-Centrum, Geleen-Zuid, De Haese, Haesselderveld, Janskamperpark,
Kluis, Krawinkel, Landgraaf, Lindenheuvel, Lutterade en Oud-Geleen
Dagboek van een herdershond, de bekende televisieserie uit de de jaren
'70, speelde zich af in het Geleen ten tijde van de opkomst van de
mijnindustrie in Limburg. Zie echter ook Eijsden. Geleen is geen
cultuurstad, maar het weert zich wel op andere fronten en er is genoeg te
beleven.
Vertier en vermaak
Pinkpop, het oudste popfestival van Europa (32e editie in 2006), werd
in 1970 voor de eerste keer georganiseerd in het Sportpark van Geleen.
Verder is in Geleen jaarlijks de World Town Fair te vinden, de op één na
grootste kermis van Nederland. De naam Wereldstad (zo genoemd, omdat het
dorp in zeer korte tijd uitgroeide tot een middelgrote moderne stad) neemt
Geleen ook aan in carnavalstijd, als de stad door de Flaarisse wordt
geregeerd. Geleen kent de grootste bioscoop van de nabije regio, Foroxity.
Daarnaast huisvest het centrum van Geleen het traditionele straattheater.
Sport
Zoals veel industriesteden is Geleen een echte sportstad. De stad werd
in 1954 ook de bakermat van het betaald voetbal in Nederland, door de
oprichting van het roemruchte Fortuna '54, op initiatief van de zeer
vermogende zakenman Egidius Joosten. Zeer bekende Nederlandse
profvoetballers, voorheen door de KNVB in de ban gedaan, tekenden hier,
onder wie midvoor Bram Appel, stopperspil Cor van der Hart en keeper Frans
de Munck. De club verwierf in korte tijd een internationale reputatie als
Ajax en PSV in onze dagen. Zij wist in de periode 1960-1963 zelfs nog de
grote Faas Wilkes in te lijven. De club werd graag door grote buitenlandse
clubs uitgenodigd om spectaculaire en lucratieve demonstratiewedstrijden
te spelen. De club stak daar zoveel energie in, dat de strijd om het
landskampioenschap pas op de tweede plaats kwam. De club werd dan ook
nooit nationaal kampioen, hetgeen toen ook minder van belang was, omdat er
nog geen Champions League bestond. Fortuna '54 zette Nederland als
voetballand weer op de kaart, na de jarenlange neergang onder de
verouderde amateurbond.
Later, na de fusie van de 'wilde' profbond met de KNVB, werd zij
voorbijgestreefd en uiteindelijk fuseerde zij met het eveneens wat
kwijnende Sittardia tot de nieuwe combinatie Fortuna Sittard, een in
aanleg ambitieuze club, gehuisvest in een fraai, nieuw stadion, symbolisch
gelegen op het raakpunt van beide gemeentelijke deelkernen. Deze fusie
preludeerde eigenlijk al op de latere gemeentelijke herindeling.
Voormalige vijanden werden vrienden. Hopelijk zal de bestuurlijke fusie
meer succesvol blijken, want op sportief vlak wil het nog niet helemaal
vlotten en vormt de vergelijking met de gloriedagen van het grote Fortuna
'54 nog een pijnlijk contrast.
Bekende sportverenigingen zijn ook handbalvereniging V&L Geleen en de
Geleense ijshockeyclub Smoke Eaters, thans Ruijters Eaters geheten. Geleen
bezit ook een wielerbaan.
Bezienswaardigheden
Complex van het vroegere Kasteel Jansgeleen of Huis Spaubeek, met
ruďne van het slot, gerestaureerde en bewoonde voorhof (kasteelhoeve met
voormalige pachterswoning) en watermolen (Sint-)Jansmolen, even ten
zuidoosten van Geleen, op grondgebied van de gemeente Beek.
Sint-Janskluis uit 1699.
De Biesenhof, recent gerestaureerde historische hoeve.
Parochiekerk Sint Marcellinus en Petrus te Oud-Geleen.
Drossaerdhuis in de Geenstraat.
Monument in de Geenstraat (bij NS-station Geleen-Lutterade) ter
herinnering aan de martelares zuster Aloysia, de joods-katholieke Louise
Löwenfels. Zie ook [1]. Het monument staat op de plaats waar indertijd het
klooster van de zusters stond. De zusters Arme Dienstmaagden van Jezus
Christus hebben nog steeds een communiteit in Geleen,
Hoofdgebouw Staatsmijn Maurits
Voormalige gerestaureerde steenfabriek Plinthos in het buurtschap Daniken.
Bekende Geleners
Danny Nelissen, voormalig wielrenner, TV-verslaggever
Jan Nolten, voormalig wielrenner, momenteel Elsloo
Maartje Paumen, hockeyster
Lori Spee, zangeres, songwriter
Prof. Arthur Schrijnemakers, historicus
Pim Rietbroek, handbaltrainer
Egidius Joosten, aannemer en oprichter betaald voetbal in Nederland
Emile Mastenbroek, voormalig gouverneur van Limburg
Marijke Helwegen, presentatrice en TV-persoonlijkheid
Veelgemaakte spellingsfouten: gelen geelen geeleen
cheleen cheeleen gelee geleend
bron: wikipedia
Bron foto: wikipedia
|
Bedrijfsreclame
hotel
auto
bouw
winkel
drukkerij
bloemen bezorgen
rijschool
makelaar
flats
hypotheek
notaris
woningen
keuken
hoveniers
reisburo
catering
restaurant
gasfitter
loodgieter
schilder
stratemaker
bruidsboetiek
bruidsmode
verhuizer
Provincie
Home
|