|
|
ENSCHEDE
Enschede (Nedersaksisch: Eanske) is
een stad en gemeente in Twente, in het zuidoosten van de Nederlandse
provincie Overijssel. Enschede grenst in het oosten aan de gemeente Gronau
(Borken, Noordrijn-Westfalen, Duitsland), in het zuidwesten aan
Haaksbergen, in het westen aan Hengelo, in het noordwesten aan Dinkelland,
in het noorden aan Oldenzaal en in het noordoosten aan Losser. De gemeente
telt 154.175 inwoners (1 augustus 2006, bron: CBS) en de stad 139.494
inwoners (2005). Enschede is daarmee de grootste stad van Overijssel en de
dertiende stad naar grootte van Nederland. De gemeente Enschede maakt deel
uit van het kaderwetgebied Regio Twente.

Kerk in Enschede
Geschiedenis
Enschede ontstond in de vroege middeleeuwen als agrarische
nederzetting rond een klein kasteel. Gelegen aan de voet van een
vruchtbare stuwwal en aan de route van Deventer naar Münster en Osnabrück,
ontwikkelde het dorp zich gestaag. De jonge "Heerlijkheid Enschede" werd
in 1225 verwoest. Omstreeks 1300 kreeg Enschede stadsrechten, die in 1325
door de Utrechtse bisschop Jan III van Diest werden bevestigd. Het oudst
bekende zegel van de stad vertoont de beeltenis van de parochieheilige, de
Heilige Jacobus de Oudere. Dit zegel is tot aan de Münsterse oorlog (1666)
in gebruik geweest. De stad werd omringd met een ovale dubbele
grachtengordel en een aarden wal met palissade. Toen Enschede in 1325
stadsrechten kreeg, verleende de bisschop van Utrecht ook het recht om de
nederzetting te versterken. Voor 1325 was Enschede echter al omgeven door
een gracht, de zogenaamde Stadsgraven. De twee bruggen over die gracht, de
Veldbrug (in de huidige Marktstraat) en de Esbrug (in de Langestraat, ter
hoogte van de Hofpassage) waren al voor 1300 versterkt door poorten.
Verder lag er binnen de gracht, ten oosten van de Oude Kerk, de Burcht van
Enschede, waar tot ver in de 13e eeuw de heren van Enschede woonden. De
Burcht was zelf ook omgeven door een brede gracht, de Borggraven, die in
verbinding stond met de Stadsgraven.
In 1465 gelastte de bisschop de burgers van Enschede
een houten omheining rondom de stad aan te leggen. De palissade werd
gebouwd op een wal die gelegen was tussen de oude Stadsgraven en een
nieuwe buitengracht. Om de stad schadeloos te stellen schonk de bisschop
een stuk woeste grond buiten de Veldpoort, de zogenaamde Stadsmaten of
Stadsweide. Een kleine dertig jaar later werd er aan de noordkant van de
stad een bolwerk opgericht, wellicht met materiaal afkomstig van de burcht
die rond dezelfde tijd gesloopt werd.
In 1518 werd de stad door de Geldersen op de bisschop veroverd. Zij
maakten de vestingwerken met de grond gelijk. De constante uitvallen van
bisschoppelijke bendes vanuit Oldenzaal noopten echter tot een nieuwe
versterking van Enschede. In 1523 werd de vesting herbouwd en werd op de
Markt het zogenaamde Blokhuis opgericht dat bijna het gehele toenmalige
plein besloeg.
Toen prins Maurits op 18 oktober 1597 voor de poorten verscheen gaf de
stad zich echter zonder slag of stoot over. De vesting en de omwallingen
van Enschede waren op dat moment slecht verzorgd en de staten van
Overijssel waren al tijden niet meer van plan om te investeren in de
vervallen stadswallen. Hoewel Maurits de oude rechten van Enschede
bevestigde, verordonneerde hij wel het ontmantelen van de vesting. De wal
werd gebruikt voor het dempen van de Buitengracht. De binnengracht bleef,
zei het versmald, bestaan, evenals de twee poorten. De militaire rol van
Enschede was met het dempen van het laatste stuk Buitengracht in 1600
uitgespeeld.
De stad bleef relatief onbetekenend tot in de 18e
eeuw toen de textielnijverheid tot ontwikkeling kwam. Na de
onafhankelijkheid van België in 1830 werd de textielindustrie in Twente
sterk gestimuleerd door het Rijk, Enschede ontwikkelde zich tot
hoofdplaats van deze nijverheid. De derde stadsbrand van 1862 (de eerste
was in 1517, de tweede in 1750), waarbij nagenoeg de hele stad werd
verwoest, zorgde ervoor dat deze ontwikkeling in een stroomversnelling
terecht kwam. Enschede groeide uit tot het belangrijkste centrum van
textielproductie in Nederland. De bevolking van de textielstad
vervijfvoudigde tussen 1870 en 1900. Textielfamilies als Van Heek, Ter
Kuile, Jannink, Blijdenstein en Menko vormden een machtige oligarchie die
een duidelijk stempel drukte op de stedelijke samenleving. De textiel
heeft veel sporen nagelaten, onder andere in de vorm van, door de slechte
woonomstandigheden beruchte, arbeiderswijken (voorbeelden zijn het
tuindorp Pathmos en de niet meer bestaande Krim, genoemd naar de
Krimoorlog) en een aantal stadsparken die door textielfabrikanten zijn
aangelegd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Enschede
andermaal zwaar getroffen. Op 10 oktober 1943 en 22 februari 1944 werd het
gebombardeerd door geallieerde vliegers die meenden een stad in Duitsland
in het vizier te hebben. Overigens was Enschede een positieve uitzondering
in Nederland: meer dan de helft van de Joodse inwoners heeft de oorlog
overleefd. Landelijk was dit nog geen kwart.
De meeste van de grote fabriekscomplexen zijn in de jaren '70 en '80
gesloopt, enkele zijn gerenoveerd en kregen een nieuwe bestemming. Zo
werden in de voormalige fabrieken van Jannink en van Van Heek woningen
gerealiseerd. Daarnaast werd een deel van het Jannink-complex tot museum
omgebouwd. Na het verdwijnen van de textielindustrie in de jaren '60 en
'70 ontwikkelde Enschede zich tot dienstencentrum. Op 14 september 1963
opende de nieuwe Technische Hogeschool Twente (later Universiteit Twente)
haar deuren. Ook is er een aantal belangrijke zorginstellingen gevestigd,
onder meer het Medisch Spectrum Twente (MST) en revalidatiecentrum Het
Roessingh. De binnenstad werd vanaf de jaren '80 gerevitaliseerd door de
aanleg van een autovrij stadserf en het invullen van vrijgekomen
industrieterreinen met woningen, winkelcentra en kantoren.
In de jaren '90 werden er plannen ontwikkeld om de
gemeenten Enschede, Hengelo en Borne samen te voegen tot één gemeente
Twentestad. In 2000 werd van dat plan afgezien, vooral omdat een in
Hengelo gehouden referendum had uitgewezen dat er zo goed als geen
draagvlak onder de plaatselijke bevolking bestond. Enschede vormt
ruimtelijk gezien met Hengelo, Borne en het Duitse Gronau (Westfalen) een
agglomeratie met bijna 400.000 inwoners.
Op 13 mei 2000 vond de vuurwerkramp plaats, waarbij een volledige woonwijk
(Roombeek) werd weggevaagd. Er vielen 23 doden en bijna duizend gewonden.
In oktober 2000 werd begonnen met het bouwrijp maken van een deel van het
rampgebied. Op 1 mei 2001 gaf burgemeester Mans het officiële startsein
voor het eerste wederopbouwproject. De wederopbouw is nog (2006) in volle
gang, maar begint al behoorlijk vorm te krijgen.
Stadsdelen
De gemeente Enschede is verdeeld in vijf stadsdelen:
Stadsdeel Centrum (o.a. Centrum, Het Zeggelt, Lasonder, De Bothoven)
Stadsdeel Noord (o.a. Twekkelerveld, Lonneker, Deppenbroek, Mekkelholt,
Roombeek)
Stadsdeel Oost (o.a. Velve-Lindenhof, De Eschmarke, 't Ribbelt, Stokhorst,
Dolphia, 't Hogeland, Glanerbrug)
Stadsdeel Zuid (Wesselerbrink, Helmerhoek, Stroinkslanden)
Stadsdeel West (Boswinkel, Pathmos, Stadsveld, ‘t Zwering, ’t Havengebied,
De Marssteden, Boekelo, Usselo, Twekkelo)
Stad
Enschede beschikt over een universiteit (Universiteit Twente of UT),
een conservatorium, een kunstacademie (AKI), een hogeschool (Saxion
Hogeschool), diverse musea (waaronder het Rijksmuseum Twenthe) en een
vliegbasis-burgerluchthaven (de Vliegbasis Twenthe). De vliegbasis is
inmiddels sluitende, de burgerluchthaven zal misschien een doorstart
maken. De Enschedese voetbalclub FC Twente komt uit in de eredivisie en
speelt in het Arke Stadion. In de stad is een priorij van de Congregatie
van Sint-Jan gevestigd; in Dolphia bestond tot voor kort een
Kapucijnenklooster.
Gebouwen
Stadhuis
Elderinkshuis aan De Klomp
Het stadhuis (Langestraat; ontworpen door Gijsbert Friedhoff, gebouwd
tussen 1930 en 1933)
De Twentse Schouwburg (Langestraat 49; kleine zaal uit 1889; grote zaal
uit 1953)
Het Elderinkshuis (De Klomp; gebouwd 1783)
Het Rijksmuseum Twenthe (Lasondersingel)
De Synagoge (Prinsestraat; ontworpen door Karel de Bazel; gebouwd in
1927-1928)
De ambachtsschool (Boddenkampsingel)
Voormalig kantoor van de Twentsche Bank (Hoedemakersplein)
Villa Schuttersveld (Hengelosestraat; gebouwd in 1834)
Hogere Textiel School De Maere (Ripperdastraat; ontworpen door W.K. de
Wijs; in gebruik genomen op 12 september 1922)
Parken
Abraham Ledeboerpark (Hengelosestraat)
Blijdensteinpark (Boulevard 1945)
Cromhoffpark (maakt deel uit van de ontwikkelingsplannen van de Zuiderval)
Florapark (Laaressingel)
G.J. van Heekpark (Ingangen aan Boddenkampsingel, Hengelosestraat,
Roessinghbleekweg, Min. De Sav. Lohmanlaan, Walhofstraat)
Thomas Ainsworthpark (Pathmossingel)
Volkspark (Parkweg 49)
Wesselerbrinkpark (Broekheurne Ring Zuid)
Wooldrikspark (Gronausestraat)
Kozakkenpark (Hengelosestraat / Goolkateweg)
Gedenkparken
Boerenkerkhof (Deurningerstraat)
Espoortstraat (Espoortstraat)
R.K. begraafplaats (Gronausestraat 405)
Joods kerkhof (Kneedweg)
Oosterbegraafplaats (Noord Esmarkerrondweg 407)
Westerbegraafplaats (Hengelosestraat 487)
Overige kernen
Naast de stad Enschede bestaat de gemeente Enschede uit de kernen
Boekelo, Glanerbrug, Lonneker en Usselo, en de landelijke gebieden van
Goorseveld en Twekkelo.
Cultuur
Er is ook een Centrum Beeldende Kunst in Enschede.
Veelgemaakte spellingsfouten:Ensgede, Enchede
bron: wikipedia
Bron foto: wikipedia
|
Bedrijfsreclame
hotel
auto
bouw
winkel
drukkerij
bloemen bezorgen
rijschool
makelaar
flats
hypotheek
notaris
woningen
keuken
hoveniers
reisburo
catering
restaurant
gasfitter
loodgieter
schilder
stratemaker
bruidsboetiek
bruidsmode
verhuizer
Provincie
Home
Provincie
Overijssel
Overijssel
Almelo
Borne
Dalfsen
Dedemsvaart
Deventer
Enschede
Goor
Haaksbergen
Hardenberg
Hengelo
Kampen.
Losser
Nijverdal
Oldenzaal
Ommen
Raalte
Rijssen
Steenwijk
Twente
Vriezenveen
Wierden
IJsselmuiden
Zwolle
|