|
|
BOLSWARD
Bolsward (Fries: Boalsert' is een
stad en gemeente in de provincie Friesland (Nederland). Het behoort tot de
Friese elf steden. De gemeente telt 9516 inwoners (1 juli 2006, bron: CBS)
en heeft een oppervlakte van 9,42 km² (waarvan 0,29 km² water), hiermee is
Bolsward qua oppervlakte de kleinste gemeente van Friesland. Bolsward is
de enige officiële kern binnen de gemeente en had 9160 inwoners op 1
januari 2004. Binnen de gemeentegrenzen ligt verder alleen nog de
buurtschap Laad en Zaad.
Geschiedenis
De plaats is ontstaan op een drietal terpen, waarvan in ieder geval de
oudste (waar de Sint Maartenskerk op staat) dateert van voor het begin van
de jaartelling. De Broerekerk, in 1980 door brand verwoest en nu als ruïne
geconserveerd, is het oudste gebouw van de stad en dateert deels uit het
eind van de 13e eeuw. Ook uit de middeleeuwen stamt het miraculeuze
Mariabeeld Onze-Lieve-Vrouwe van Sevenwouden, tegenwoordig bewaard in de
Sint Franciscuskerk aan de Dijlakker. Bolsward kreeg stadsrechten in 1455
mede dankzij de beroemde redenaar paterJohannes Brugman. Het fraaie
stadhuis, gebouwd rond 1615, staat symbool voor de bloei van de stad in de
zeventiende eeuw. Het werd in 1765 vergroot en verfraaid in de
rococostijl.

Stadhuis Bolsward
De Patriottentijd
In de achttiende eeuw liep het inwoneraantal van Bolsward achteruit
naar 2500 inwoners. De plaatselijke textielindustrie had zwaar te lijden
onder de buitenlandse concurrentie; de boter- en kaasmarkt van de veepest,
die op het Friese platteland woedde. In 1773 stelde de stadhouder Willem V
voor de vroedschap - n.b. bestaande uit zes burgemeesters en vierentwintig
vroedschapsleden - te halveren. Er waren mogelijk onvoldoende
gekwalificeerde kandidaten. Bovendien waren katholieken (ongeveer 30% van
de bevolking), doopsgezinden (5%) en Luthersen en Joden (5%) destijds
uitgesloten van dat ambt. Omdat er onenigheid ontstond in de vroedschap en
kwam er een nieuw voorstel in 1776, waarbij de raad met slechts een derde
zou worden verminderd. In 1778 stelde de stadhouder voor het onderwerp te
laten rusten, omdat als nog een lid (J. Steensma) tegenstemde. Niettemin
liet de prinsgezinde burgemeester Schelto van Heemstra in zijn derde
ambtsperiode de vroedschap op autocratische wijze "uitsterven".
In december 1782 werd burgemeester Van Heemstra, die niet in Bolsward
woonde en evenals zijn voorganger nooit ambtengeld had betaald, buitenspel
gezet. Bovendien had Van Heemstra in augustus van dat jaar een
oranjegezinde stadssecretaris willen benoemen, zonder goedkeuring van de
vroedschap. Vanwege het felle provinciale verzet tegen Van Heemstra - die
vaak afwezig was en bij gelegenheid op zichzelf stemde - raakte de regent
zijn burgemeesterzetel en jarenlange afvaardiging naar de Provinciale
Staten (sinds 1770) kwijt. De stadhouder reageerde koeltjes, toen Van
Heemstra in een brief zijn beklag deed.
De patriotten in Bolsward hadden een aantal kundige en daadkrachtige
zegslieden, o.a. notaris Elgersma en aardewerkfabrikant F. Tichelaar. De
stadsregering van Bolsward herstelde de grootte van de vroedschap, zich
baserend op oude rechten uit 1637. De benoeming van patriottische
vroedschapsleden werd nog lange tijd tegengehouden, omdat de kandidaten te
weinig kapitaal zouden hebben. Lidmaatschap van de gereformeerde kerk en
het bezit van een huis waren destijds noodzakelijke voorwaarden.
De patriotten hebben in januari 1785 in Bolsward een vrijwillige
schutterij opgericht, waarvan iedereen lid kon worden, in tegenstelling
tot de gewone en oranjegezinde schutterij. Slechts één burgemeester stemde
voor, een beslissing die nog zwaar op hem zou rusten. Het duurde tot
augustus 1786 voordat provinciale toestemming was verleend en de
officieren werden benoemd. In diezelfde tijd leidde Daendels het
exercitiegenootschap in Hattem, dat zich verzette tegen de stadhouderlijke
troepen. De vrijwillige schutterij in Bolsward diende onmiddellijk een
voorstel tot aankoop van kruit en munitie in, omdat eveneens het
democratisch bolwerk Utrecht werd bedreigd. Het voorstel tot aanschaf kwam
van de nieuw aangetreden en populaire Cornelis van den Burg, die enkele
weken eerder als kapitein van de vrijwillige schutterij was benoemd.
In de zomer van 1787 laaide het conflict op, niet alleen omdat in
Friesland op 1 juni nieuwe regeringsreglementen in werking waren getreden.
Het werd de exercitiegenootschappen in Friesland verboden nieuwe wapens
aan te schaffen en bij de dreiging van een Pruisische inval Holland hulp
te bieden. In Bolsward werden een aantal defensieve maatregelen getroffen:
in september 1787 is Bolsward door de vrijwillige schutterij in staat van
paraatheid gebracht. De bolwerken werden opgehoogd onder leiding van de
uit Duitsland afkomstige schoolmeester H.C. Achenbach. Er werd 500 gulden
geleend om de arbeiders uit te betalen. Niet iedere patriot was bereid de
rebellerende "Franeker Staten", waar een tiental patriottische statenleden
zich had teruggetrokken, te steunen. Er hebben zich felle discussies
voorgedaan, nadat een plaatselijke herberg was omsingeld door een vliegend
legertje van vijftig Friese patriotten.
De volgende dag werden stadspoorten gesloten en de bruggen gebarricadeerd,
nadat een poging was gedaan de stadskas in veiligheid te stellen. Zonder
uitdrukkelijke toestemming kon niemand de stad meer uit of in. Na een week
gedelibereer erkende de dralende en zwaar onder druk gezette vroedschap
van Bolsward als enige stad in Friesland de "coupplegers" in Franeker.
Ettelijke oranjeklanten meldden zich ziek of bleven thuis. Court Lambertus
van Beyma, de leider van de Friese patriotten, dreigde de dijken door te
steken als Friesland bezet zou worden. Een textielhandelaar uit Bolsward,
Albert Lycklema à Nijeholt, vertrok richting Lemmer en versleepte een
aantal kanonnen uit Sloten. Toen duidelijk werd dat er onvoldoende steun
van de bevolking was, de financiële middelen beperkt waren, Frankrijk niet
te hulp zou komen en een deel van het Pruisisch leger naar het noorden
oprukte, vluchtten vele vooraanstaande patriotten via Stavoren naar
Amsterdam.
De achtergebleven officieren en burgergecommitteerden - in de haast
benoemd om de vroedschap te controleren - werden begin oktober opgesloten
in het blokhuis te Leeuwarden. Onder hen bevond zich de doopsgezinde
koopman Wopko Cnoop, die een dagboek bijhield van zijn belevenissen.
Cornelis van den Burg kreeg een van de zwaarste straffen die destijds in
de Republiek zijn uitgesproken. Hij werd in mei 1789 ter dood veroordeeld,
vanwege zijn radicale democratische opvattingen. Knielende op het schavot
kreeg hij te horen, dat hij voor twintig jaar verbannen werd uit
Friesland. Van den Burg vertrok met bestemming Saint-Omer in
Noord-Frankrijk. Daar wachtten enkele duizenden patriotten tot de kansen
zouden keren.
In januari 1795 - bij de komst van het Bataafse legioen - is burgemeester
Van Heemstra afgezet. Hij vluchtte van Oenkerk naar Embden. Katholieken en
doopsgezinden kregen meer rechten, de erfelijkheid van ambten is
afgezworen. In 1811, tijdens het Franse bewind, werd de raad van Bolsward
alsnog gehalveerd.
Veelgemaakte spellingsfouten: Bolsvard Bolswart
bron: wikipedia
Bron foto: wikipedia
|
Bedrijfsreclame
hotel
auto
bouw
winkel
drukkerij
bloemen bezorgen
rijschool
makelaar
flats
hypotheek
notaris
woningen
keuken
hoveniers
reisburo
catering
restaurant
gasfitter
loodgieter
schilder
stratemaker
bruidsboetiek
bruidsmode
verhuizer
Provincie
Home
Provincie Friesland
Bolsward
Dokkum
Drachten
Franeker
Harlingen
Heerenveen
Joure
Leeuwarden
Oosterwolde
Sneek
Wolvega
Ameland
Schiermonnikoog
Terschelling
Vlieland
|