ALKMAAR
Alkmaar is een stad en een
gemeente in de provincie Noord-Holland in Nederland. De gemeente ligt
globaal op de grens van West-Friesland en (de samenwerkingsregio)
Kennemerland.
Alkmaar is onder andere bekend van de kaasmarkt die plaatsvindt op
vrijdagochtenden tussen april en oktober. Het is een van de vier
kaasmarkten die nog gehouden worden in Nederland. De demonstratie vindt
plaats voor de Waag, die tevens dient als lokatie van het Kaasmuseum en de
VVV.

Alkmaar
Dorpen/Gehuchten binnen de gemeente:
Koedijk (gedeeltelijk)
Omval
Oudorp
Wijken in Alkmaar:
Centrum
Daalmeer/Koedijk
De Mare
Huiswaard
Overdie
Oudorp
Vroonermeer
West
Zuid
Buurtschappen in de gemeente:
Beverkoog
Bergermeer
Bergerhof
Boekelermeer
De Weijdt
Huigendijk (gedeeltelijk)
de Nollen
Nieuwpoort
Geschiedenis
De eerste bewoners van het gebied woonden op de geestgronden nabij de
huidige Sint-Laurenskerk. Dit gebied lag toen nog temidden van moerassen
en water. De huidige Langestraat was toen niet veel meer dan een pad door
de moerassige gronden.
Middeleeuwen
Alkmaar ligt op het grondgebied waar in de Middeleeuwen, de hoge
Middeleeuwen en begin late Middeleeuwen, de West-Friese gewesten
Westflinge en Rekere aan elkaar grensden. De naam Alkmaar (Alcmaria) wordt
al genoemd in een 10e eeuwse aantekening over een schenking door Dirk I
van Holland (graaf). In deze tijd viel Alkmaar onder de parochie Heiloo.
In 1038 krijgt de nederzetting een eigen rechtsgebied. Alkmaar kreeg de
stadsrechten op 11 juni 1254 van Willem II van Holland. De stad deed toen
voornamelijk dienst als grensvesting en uitvalsbasis in de strijd tegen de
Westfriezen.
In 1470 begon men met de bouw van de Grote of Sint-Laurenskerk. Dit is ook
nu nog het grootste middeleeuwse kerkgebouw in de Alkmaarse binnenstad. De
kerk werd waarschijnlijk ontworpen door de architect Anthonius Keldermans,
maar ook zijn broer Mathias en zijn zoon Anthonys waren betrokken bij het
ontwerpen van het gebouw.
In 1492 vond de Opstand van het Kaas- en Broodvolk plaats in Alkmaar.
Hiermee bedoelt men de opstandige boeren en stedelingen in Noord-Holland
in 1491 en 1492. De boerenbevolking zat in grote economische moeilijkheden
en kwam in opstand tegen de inning van het ruitergeld. In 1492 kregen de
opstandelingen steun van de steden. Men trok Alkmaar binnen, en later ook
Haarlem. Hierna werd de opstand vrij gemakkelijk neergeslagen.
Het begin van de bouw van het stadhuis vond in 1509 plaats, hoewel het
gebouw pas in 1520 voltooid werd na veelvuldige verbouwingen en
veranderingen in ontwerp. In 1517 wordt Alkmaar opnieuw getroffen door het
onheil, als de Gelderse Friezen de stad plunderen. Zij brengen grote
verwoestingen teweeg.
Tot aan de 16e eeuw lag Alkmaar in een merengebied; de nederzetting werd
omgeven door het Egmondermeer en het Bergermeer aan de westzijde, het
Achtermeer, Kooimeer en Rietmeer aan de zuidzijde en het Voormeer in het
oosten. Er werd tol geheven en accijnzen ingevoerd voor de overslag van
goederen. Alkmaar werd een handelscentrum voor de wijde omgeving. De stad
groeide langzamerhand door de landwinning. Vanaf 1525 werd geld
uitgetrokken voor het aanleggen van singels en stadsmuren. Zo kon Alkmaar
beter beschermd worden tegen aanvallen en plunderingen.
In 1527 wordt begonnen met het droogmaken van het Achtermeer, een klein
meer bij Alkmaar. In 1533 werd het project voltooid. Volgens sommige
bronnen is dit de oudste droogmakerij in Holland. 40 jaar later, in 1573,
begint men met een ander groot project. Onder leiding van de Alkmaarder
Adriaen Anthonisz worden de vestingwerken gebouwd.
In datzelfde jaar werd Alkmaar belegerd door de Spanjaarden, die in Oudorp
hun kamp hadden opgeslagen. De Alkmaarders hielden hen echter met kokend
teer en brandende takkenbossen op afstand. Het keerpunt van de strijd
tegen de Spanjaarden kwam toen Don Frederik, zoon van Alva, zich terugtrok
na tevergeefs geprobeerd te hebben de stad in te nemen. Bij Alkmaar begint
de victorie, Deze gebeurtenis wordt nog elk jaar gevierd op 8 oktober
tijdens het Alkmaars Ontzet.
Het Bloedmirakel
In 1429 zou in Alkmaar het Bloedmirakel hebben plaatsgevonden, waarbij
op wonderbaarlijke wijze bloedvlekken verschenen in een stuk textiel. Zie:
bloedmirakel
17e eeuw
In de 17e eeuw ontwikkelde Alkmaar zich verder tot een centrum voor
handel en verzorging. Van grote betekenis was onder andere de zoutwinning;
aan het Voormeer en de rivier de Zeglis werden veel zoutziederijen in
gebruik genomen. Ook brouwerijen schoten als paddenstoelen de grond uit.
Schepkalk werd geproduceerd in kalkovens, om vervolgens als metselspecie
gebruikt te worden. Uit vlas werd touw gedraaid.
In 1622 wordt de Accijnstoren aan de Bierkade gebouwd. Het gebouw diende
als belastingskantoor. Accijnzen over ingevoerde goederen vormde vroeger
een belangrijke bron van inkomsten voor Alkmaar. De brug waar de toren aan
staat was ooit een draaibrug, maar is in 1903 vervangen door een
ophaalbrug. Ook deze brug is later vervangen. In 1924 werd de Accijnstoren
vier meter ‘verrold’ zodat de Bierkade verbreed kon worden. De toren doet
in de zomermaanden dienst als kantoor voor de havenmeester.
18e eeuw
In 1760 verwoest een hevige brand de 16e eeuwse Kapelkerk. De eiken
kap, het oude eiken tongewelf boven de brede hoofdbeuk en het
koepeltorentje gingen verloren. Na de ramp werd er een nieuwe, grenen kap
gebouwd. Het torentje werd vervangen door een exacte kopie van het
origineel.
In 1799 vindt de Engels-Russische inval plaats in Holland. Van 3 tot 8
oktober werd Alkmaar bezet door het Engelse leger. De vrijheidsboom voor
het gemeentehuis, dat symbool stond voor de Bataafse Republiek, werd door
de Engelsen omgehakt. Na 5 dagen bezetting moesten de Engelsen zich echter
al terugtrekken.
19e eeuw
Koning Willem I liet het Noordhollandsch Kanaal uitgraven, dat in 1824
geopend werd. Dit kanaal liep dwars door Alkmaar heen, omdat dit volgens
het stadsbestuur de handel zou bevorderen. Daarvoor moest wel een deel van
de stadswal worden opgeofferd. Het besluit had echter een averechts
effect. Doordat reizigers en schippers makkelijker konden doorvaren, bleef
er niemand meer overnachten in Alkmaar en vielen de herbergen droog. In
1865 en 1867 werd de infrastructuur nog verder verbeterd door de opening
van de spoorlijnen tussen respectievelijk Alkmaar-Den Helder en
Alkmaar-Uitgeest-Haarlem.
Het Stedelijk Museum Alkmaar werd in 1873 geopend, dat toen nog in de
Breedstraat gevestigd was. Het is één van de oudste musea in Nederland. In
het museum wordt veel aandacht besteed aan de geschiedenis van de stad
Alkmaar.
20e eeuw
Vooral ten zuiden van Alkmaar ontstonden nieuwe woonwijken. Een
bijzondere wijk die in 1942 in de Tweede Wereldoorlog verrees is de
Bergerhof. Deze wijk ligt aan de rand van de stad. De 254 huizen werden
gebouwd om onderdak te bieden aan vluchtelingen uit Den Helder. Op 8 mei
1945 vond de intocht van de Canadese en Britse bevrijders plaats in
Alkmaar.
In 1956 werd de Bergertunnel geopend. In 1959 werden de eerste
nieuwbouwwoningen in Alkmaar opgeleverd; de Overdie Zuid (Alkmaars oudste
"nieuwbouwwijk") begon te groeien; te beginnen met huurwoningen aan de
Camphuysenkade.
In 1972 werden Oudorp, Koedijk-Zuid en Sint Pancras-Zuid aan het
grondgebied van Alkmaar toegevoegd. De stad begon ook een steeds grotere
rol te spelen bij de opvang van het bevolkingsoverschot in de Randstad en
de bevolking die een huis zocht door de renovatie van oude stadswijken,
die in vooral Amsterdam plaatsvond. Alkmaar verkreeg de groeikernstatus en
werd derhalve toentertijd als een van de eerste "overloopsteden"
aangemerkt. Alkmaar begon zich naar het noorden uit te breiden met de
wijken; Huiswaard I en II. Later kwamen daar de wijken De Mare en Daalmeer
bij.
In de jaren zeventig werden veel nieuwe voorzieningen gebouwd, zoals
cultureel centrum De Vest en sport- en recreatiecentrum de Hoornsevaart.
In 1988 werd de binnenstad van Alkmaar aangewezen tot beschermd
stadsgezicht. Het Cultuurplein of Canadaplein werd geopend in 2000. Ook
het Stedelijk Museum vestigde zich aan dit plein.
21e eeuw
In 2004 werd gevierd dat Alkmaar 750 jaar stadsrechten bezit. Er
werden vele evenementen georganiseerd en daarnaast werden er verschillende
speciale projecten uitgevoerd. Bovendien kwam de goede Sint dat jaar ook
aan in de kaasstad. Op http://cgi.omroep.nl/cgi-bin/streams?/tv/nps/intochtsinterklaas/bb.20041113.rm
kunt u die intocht nog een keer terugkijken. U heeft er wel de RealPlayer
voor nodig.
Burgemeesters
Zie de lijst van burgemeesters van Alkmaar.
Monumenten en bezienswaardigheden
Alkmaar heeft, met zijn karakteristieke oude grachten, café's,
restaurants en winkels een aangename sfeer. Alkmaar is alom bekend om zijn
vele hofjes, onder andere het 16e eeuwse hofje van Sonoy. De stad kent
vele grachten met huizen uit de 16e tot de 19e eeuw.
De bekendste bezienswaardigheden van Alkmaar worden hieronder opgesomd.
Monumenten en opmerkelijke plaatsen kunnen worden verkend via een kaart
van de Alkmaarse binnenstad.
Het Stadhuis
Het begin van de bouw van het Stadhuis vond in 1509 plaats, alhoewel
het gebouw pas in 1520 voltooid werd na veelvuldige verbouwingen en
veranderingen in ontwerp. Het pand is gebouwd in laaggotische stijl, en is
goed te herkennen aan de slanke hoektoren met open peerspits. Van 1911 tot
1913 werd het Stadhuis ingrijpend gerestaureerd. Dit gebeurde onder
leiding van de bekende architect Jan Stuyt. Eén van de werkzaamheden was
het vernieuwen van de voorgevel, die in moderne materialen werd
opgetrokken. Ook van 2001 tot 2003 vond een (inwendige restauratie) plaats
van het Stadhuis. De brandveiligheid werd hierbij verhoogd, en ook andere
arbeidsomstandigheden werden verbeterd. Ook zijn er restauraties
uitgevoerd aan historische ruimten.
In het Stadhuis vindt men onder andere de grote Raadzaal en de
Polderkamer. In het laatste vertrek vergaderde vroeger de polderbesturen,
terwijl het nu dienst doet als trouwzaal. In de Nieropkamer is het
beschilderde balkenplafond uit 1634 en de collectie porselein te
bewonderen. Het vertrek dankt zijn naam aan dit serviesgoed, dat in 1915
door de apotheker Nierop werd geschonken.
Aan de westkant van het hoofdgebouw ziet men een vleugel die in 1694 werd
vernieuwd in Hollands classicistische stijl. Om de voordeur en het
bijbehorende venster ziet men de monumentale omlijsting met de wapens van
de toenmalige burgemeesters. Ook zijn in de omlijsting twee beelden te
zien. Het ene beeld draagt een spiegel en symboliseert de voorzichtigheid,
terwijl het andere beeld een weegschaal draagt en de rechtvaardigheid
voorstelt.
In 2004 verscheen een boek over de historie van het Alkmaarse Stadhuis;
Ons heerlijke stadt-huys binnen Alckmaer (ISBN 90-73131-04-9). Hierin
wordt onder andere een reconstructie van de interne indeling en gebruik
van de kamers uit de doeken gedaan.
De vismarkt
De vismarkt was vroeger één van de vele plaatsen waar bepaalde
producten werden verkocht, in dit geval vis. Andere markten waren de
botermarkt, graanmark en de turfmarkt. Op de vismarkt vindt men kleine
galerijen waaronder de viskopers, beschut tegen weer en wind, hun waren op
de stenen visbanken konden uitstallen en verkopen. De Alkmaarse vismarkt
stamt uit de 16e eeuw. In de 1755 werden de houten kolommen van de
galerijen vervangen door stenen zuilen. In de 19e eeuw werden deze weer
vervangen door gietijzeren kolommen. Tot in 1998 vond op de vismarkt nog
elke vrijdag een vismarkt plaats.
Op het dak van de galerij langs het water staan een houten en een
natuurstenen beeld; een visser en een visvrouw. De pomp op de vismarkt
dateert uit 1785, maar werd in 1882 vernieuwd. De putroosters in de
vismarkt zijn niet van ijzer, zoals normaal het geval is, maar van koper.
Dit is gedaan omdat het visafval dat in aanraking komt met de putroosters
een bijtende werking op ijzer heeft.
De Accijnstoren
In 1622 wordt de Accijnstoren aan de Bierkade gebouwd. Het gebouw
diende als belastingskantoor. Accijnzen over ingevoerde goederen vormde
vroeger een belangrijke bron van inkomsten voor Alkmaar. De brug waar de
toren aan staat was ooit een draaibrug, maar is in 1903 vervangen door een
ophaalbrug. Ook deze brug is later vervangen. In 1924 werd de Accijnstoren
vier meter ‘verrold’ zodat de Bierkade verbreed kon worden. De toren doet
in de zomermaanden dienst als kantoor voor de havenmeester.
De watertoren
Een opvallend gebouw in Alkmaar is de watertoren. De toren is ruim 28
meter hoog en stamt uit 1900. Oorspronkelijk had de watertoren kantelen;
daardoor deed het gebouw sterk denken aan de burcht in het stadswapen.
Deze kantelen zijn echter in 1955 bij een restauratie van de bovenbouw
weggehaald.
Watertorens waren bedoeld om de druk te leveren die benodigd was om het
water omhoog te pompen. Hiervoor moest een waterreservoir zich op een
bepaalde hoogte boven het waterpeil bevinden. Het stalen waterreservoir
van de Alkmaarse watertoren heeft een inhoud van 800.000 liter. Vandaag de
dag zijn watertorens niet langer nodig voor de drinkwatervoorziening.
Velen zijn daarom gesloopt, maar de Alkmaarse watertoren heeft een
bestemming gekregen als kunstenaarsatelier.
De Kaasmarkt
Kaasmarkt in Alkmaar in 2001.
De Alkmaarse Kaasmarkt is al meer dan vier eeuwen een traditie, die
tegenwoordig jaarlijks door 100.000 mensen wordt bezocht. De ‘markt’ vindt
plaats op het Waagplein, voor het monumentale Waaggebouw. In de 18e eeuw
werd maar liefst vier dagen per week kaasmarkt gehouden, en deze duurde
tot 1 uur 's nachts. Gemiddeld 300 ton kaas per marktdag werd omgezet.
Sinds 1939 is Alkmaar de enige stad die nog kaas verhandelt op deze
traditionele wijze. Vandaag de dag zijn de kaasmarkten elke vrijdag (van
april tot september) te bezichtigen.
Op de kaasmarkt lopen de kaasdragers van het Alkmaarse Kaasdragersgilde in
vier verschillende kleuren: Geel, rood, blauw en groen. Zo vormen zij
groepen die vemen worden genoemd. Alle kaasdragers dragen een wit pak met
strooien hoed. De kaasdragers hebben verschillende benamingen.
Sandra Bonsink is een internationaal bekend kaasmeisje. Ze verscheen op
diverse ansichtkaarten in haar kaas-kostuum.
Een vastman is een ervaren kaasdrager.
De tasman is de oudste kaasdrager, en draagt een zwart leren tas op zijn
buik. Hij zet bij het wegen van de kaas de gewichten op de weegschaal.
De overman is de voorman van het veem, en is herkenbaar aan een zilveren
schildje met lintje in de kleur van zijn veem. De overman wordt voor een
periode van twee jaar benoemd.
De kaasvader is opzichter over alle vier de vemen. Hij draagt een zwarte
stok met zilveren knop.
De provoost wordt door de kaasdragers de ‘beul’ genoemd, omdat hij voor
het gildebestuur de laatkomende kaasdragers noteert en de boete daarvoor
int. Hij draagt een zilveren kaasberrie.
De knecht wordt, net als de provoost, door het gildebestuur benoemd en
heeft de functie van klusjesman.
Om 10:00 uur luidt de aanvangsbel en begint de kaasmarkt. De zetters
beladen de karakteristieke berries, die door de kaasdragers naar de
weegschaal worden gedragen. Aldaar wordt de kaas gewogen. Op het plein
bepalen keurmeesters de kwaliteit van de kaas en onderhandelen handelaren
over de prijs. Dit gaat traditioneel gepaard met het handje klap.
Omstreeks 12:30 is de kaasmarkt afgelopen.
Kerken
Sint Laurenskerk
De bouw van de Sint Laurenskerk aan de Koorstraat werd begonnen in
1470 en in 1520 voltooid. De kerk is ook nu nog het grootste middeleeuwse
kerkgebouw in de Alkmaarse binnenstad. Vanwege de grote omvang noemt men
het gebouw ook wel de Grote Kerk. Het werd waarschijnlijk ontworpen door
de architect Anthonius Keldermans. Aan het begin van de Langestraat,
vlakbij de Sint Laurenskerk, is in de bestrating het hoogste natuurlijke
punt aangegeven van de oude zandrug waarop de kerk is gebouwd. Hier ziet
men een kleine halve maan van grijze kinderkopjes.
Sint-Laurentiuskerk
De Sint-Laurentiuskerk werd van 1859 tot 1861 in neogotische stijl
gebouwd en werd ontworpen door P.J.H. Cuypers. Cuypers ontwierp tevens de
Sint-Dominicuskerk, waarvan alleen nog een traptoren resteert.
Evangelisch-Lutherse Kerk
De Evangelisch-Lutherse Kerk uit 1692 begon haar bestaan als een
schuilkerk. Van buiten ziet de kerk er eenvoudig uit, maar het interieur
is veel rijker, zoals dat bij Lutherse kerken gebruikelijk is. Bijzonder
is het 16e eeuwse orgel, voorzien van rococo snijwerk en de afbeelding van
een zwaan. Dit dier is het symbool van de Lutheranen.
Doopsgezinde Kerk
De doopsgezinde kerk aan de Koningsweg werd in 1617 gebouwd, en is
daarmee een van de oudste stenen doopsgezinde kerken in Nederland. Ook
deze kerk was oorspronkelijk een schuilkerk. In de loop van de 19e eeuw
werd zowel het exterieur als het interieur van de kerk sterk gewijzigd.
Verlosserskerk
De Verlosserskerk is opgetrokken in een expressionistische stijl
verwant aan die van de Amsterdamse School, en werd in 1933 gebouwd naar
een ontwerp van B.W. Plooij. Het gebouw heeft een kruisvorm als
plattegrond, met op de kruising van de daken een zogenaamde dakruiter
(torentje). In 1991 sloot de kerk zijn deuren, waarna het gebouw is
verbouwd tot appartementencomplex.
St. Josephkerk
De St. Josephkerk is geheel in neogotische stijl gebouwd. De kerk
dateert uit 1909 en werd ontworpen door A.A.J. Margry, Jos. Margry & J.M.
Snickers. Voor de kerk staat een beeld van Christus, dat in 1948 geplaatst
werd ter herinnering aan Alkmaarders die in de Tweede Wereldoorlog zijn
omgekomen. De namen van deze inwoners staan vermeld op een gedenkplaat aan
de muur van de kerk.
Molens
Hieronder staat een overzicht van de bekendste Alkmaarse molens.
Molen van Piet
De Molen van Piet heet officieel molen De Groot. De naam Molen van Piet
wordt veel gebruikt omdat de familie Piet de molen al vele jaren bewoont
en beheert. De ronde stenen stellingmolen werd gebouwd in de 18e eeuw, en
was bedoeld voor het malen van graan. Voor deze molen stond op deze plaats
echter een zogenaamde standaardmolen, die gebouwd werd in 1605. De Molen
van Piet is de enige molen uit de binnenstad die bewaard is gebleven. Er
worden rondleidingen gegeven en er is een souvenirwinkeltje.
Geestmolen
De Alkmaarse Geestmolen bemaalde vroeger de 170 hectare grote
Geestmolenpolder. Doordat in het begin van de jaren zestig de
nieuwbouwwijk De Hoef is verrezen, heeft de molen nu geen landschappelijke
functie meer. De Geestmolen is van het type achtkantige binnenkruier. Dit
betekent dat de wieken binnen op de wind kunnen worden gezet (het
mechanisme bevindt zich geheel in de kap).
De Viaanse molen
Korenmolen ’t Roode hert staat tussen het centrum en het nieuwe
noordelijke stadsdeel, net over het kanaal. Er wordt hier nog steeds graan
tot meel verwerkt. Een ruim assortiment aan bloem en meelsoorten is in de
winkel bij de molen verkrijgbaar, evenals andere (biologische) producten
zoals noten en zuidvruchten. Ook kan men een hapje eten in de lunchroom.
Viaanse Molen
De Viaanse Molen is, net als de Geestmolen, een achtkantige binnenkruier.
De molen bemaalt op vrijwillige basis de polder de Bergermeer. De Viaan is
waarschijnlijk gebouwd in de tweede helft van de 16de eeuw, en is zelf
nooit bewoond geweest; bij de molen staat wel een molenaarswoning.
Ambachtsmolen
De Alkmaarse Ambachtsmolen bemaalde de Raaksmaatsboezem. Men noemt dit
type molen een strijkmolen omdat het door het geringe hoogteverschil het
water als het ware ‘wegstreek’. Andere namen waaronder de Ambachtsmolen
bekend staat zijn “achter Oudorp” en “’t Wuiver”.
Hofjes
Alkmaar heeft nog acht hofjes, waarvan de meeste nog steeds bewoond
zijn. Zo vindt men bij de Bergerbrug het Hofje van Paling en Foreest, waar
de familiewapens van Pieter Claez Paling en zijn vrouw Josina van Foreest
nog te bewonderen zijn boven de ingang. Het Hofje van Splinter aan de
Ritsevoort werd al gesticht in 1646, en is daarmee al meer dan 350 jaar
oud. Hier woonden jarenlang acht ongehuwde dames, die in armoede leefden
alhoewel ze wel uit een gegoede familie stamden. Het wapen van de vroegere
eigenaresse Margaretha Splinter is te bewonderen op de voorgevel. Het
Wildemanshofje aan de Oudegracht valt op door de beelden op het
poortgebouw; in het midden staat een groot beeld van een wildeman met
knots. Aan weerszijden staan twee oude vrouwen, die ouderdom en armoede
verbeelden. Het hofje deed oorspronkelijk dan ook dienst als opvang voor
maximaal 24 bejaarde vrouwen. Alkmaars oudste nog bestaande hofje is het
Huis van Zessen aan de Schoutenstraat. Het werd in 1510 gesticht maar
verbouwingen in de 19e en 20e eeuw bepaalden grotendeels het huidige
uiterlijk. Het hofje werd bijna vijf eeuwen lang bewoond door maximaal zes
bejaarde rooms-Katholieke mannen. Sinds 1998 maakt het pand deel uit van
het Stadhuis.
Verder vindt men in Alkmaar het Hofje van Bijlevelt, het Huis van Achten
en het naastgelegen Hof van Sonoy. Op de plaats van dit laatste hofje lag
vroeger een klooster. Het Hof van Sonoy valt op door de markante
achtkantige toren die één van de eigenaren op het terrein liet bouwen. Het
linkerpand is tegenwoordig ingericht als restaurant. Ook in de toren kan
men dineren.
Musea
Stedelijk Museum Alkmaar
Het Stedelijk Museum Alkmaar is gevestigd aan het Canadaplein. Er zijn
diverse tijdelijke tentoonstellingen te bezichtigen, en er kunnen
rondleidingen voor groepen worden verzorgd. Het Stedelijk Museum was
hiervoor gevestigd aan de Doelenstraat.
Biermuseum de Boom
Het Biermuseum de Boom ligt op loopafstand van parkeergarage De Dijk en is
dus goed bereikbaar. Het museum is gevestigd in een 17e eeuws pand waarin
zich vroeger een grote brouwerij bevond. Het biermuseum toont de
geschiedenis van het bierbrouwen en -drinken. In het proeflokaal zijn vele
tientallen Nederlands bier verkrijgbaar.
Hollands Kaasmuseum
Op het Waagplein vindt men het Hollands Kaasmuseum, dat is gevestigd in
het monumentale Waaggebouw. Het museum toont de bereiding van
zuivelproducten door de eeuwen heen, evenals de handel en het leven op het
platteland.
Het Beatles museum
In Alkmaar is eveneens een museum over The Beatles.
Middelbaar onderwijs
Jan Arentsz
Het Jan Arentsz is een christelijke school waarop men vmbo, havo en vwo
(atheneum en gymnasium) kan volgen. De school heeft 3 vestigingen, waarvan
2 in Alkmaar: Aan de Mandenmakersstraat en aan de Havingastraat (de derde
vestiging ligt aan de Dokter Wilminkstraat in de gemeente Langedijk). Aan
de eerste kunnen alle richtingen behalve vmbo-praktijk gevolgd worden, de
tweede biedt uitsluitend vmbo-praktijk aan.
Petrus Canisius College
Het Petrus Canisius College is een katholieke scholengemeenschap met in
totaal zes vestigingen, waarvan vier in Alkmaar. Twee Alkmaarse
vestigingen geven alleen vmbo-onderwijs, één vestiging is voorbehouden aan
havo- en vwo-studenten, en een vierde geeft in alle richtingen les.
Stedelijk Dalton College
Het Stedelijk Dalton College is een openbare scholengemeenschap voor vwo
(atheneum), havo en vmbo. De school vestigde zich in 1996 in Alkmaar-Noord.
In 2004 werd ging de school met het Daltononderwijs werken; daarvoor was
de naam het Jan van Scorel-Willem Blaeu
Het Willem Blaeu College geeft openbaar onderwijs aan vmbo-, havo- en
vwo-studenten, en is gevestigd aan de Robonsbosweg. Het is een zogenaamde
Lootschool.
Murmellius Gymnasium
Het Murmellius Gymnasium is een categoraal gymnasium aan de Bergerhout,
opgericht in 1904. Met minder dan 800 leerlingen is het Murmellius
Gymnasium een relatief kleine school.
Hoger onderwijs
Hogeschool Inholland, vestiging Alkmaar bestaat al meer dan 25 jaar en
omvat ook een conservatorium.
Veelgemaakte spellingsfouten: Aalkmaar Alkmeer
Elkmaar Aalkmaar Alkemare Alcmaar
bron: wikipedia
Bron foto: wikipedia
|