AALSMEER
Aalsmeer is een plaats en
gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Holland. De gemeente telt
24.901 inwoners (1 november 2006, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van
34,40 km² (waarvan 11,71 km² water). De gemeente Aalsmeer maakt deel uit
van de plusregio Stadsregio Amsterdam.
Inhoud

Godinnenbeeld
Aalsmeer nu
De gemeente Aalsmeer omvat het dorp Aalsmeer, dat aan de Ringvaart van
de Haarlemmermeerpolder ligt, en de gehuchten Kalslagen, Kudelstaart,
Oosteinde en Vrouwentroost. Het gemeentehuis staat in Aalsmeer. Op het
plein voor het gemeentehuis staat - op een tien meter hoge sokkel - een
standbeeld van de Godin Flora, godin van de lente en de bloemen. Bij
plaatsing van het beeld in 1962 zorgde dit beeld voor nogal wat ophef
omdat het 'te naakt' zou zijn.
Aalsmeer is wereldberoemd door de bloementeelt en vooral de
bloemenveiling. De handel is geconcentreerd in de veiling aan de
Legmeerdijk. Ook zijn er diverse bloemenexportbedrijven. De veiling - die
de grootste bloemenveiling ter wereld - is de belangrijkste toeristische
trekpleister van Aalsmeer. Naast de bloementeelt is er industrie. Er staat
een fabriek van verpakkingsmaterialen en er worden plezierjachten gebouwd.
Op de Westeinder Plassen (eenderde van het Aalsmeerse gebied is water) is
veel watersport. De gemeente telt meerdere jachthavens. De plassen vormen
een waardevol natuurgebied, met opvallende rietzudden en moerasbomen. Voor
Aalsmeerders en toeristen is er het jaarlijkse bloemencorso op de eerste
zaterdag van september en op de tweede zaterdag in september de Aalsmeerse
Pramenrace. 's Zomers kan men er de Historische Tuin bezichtigen die een
beeld geeft van de tuinbouw sinds de 17e eeuw: fruitteelt, boomkwekerij,
aardbeienteelt, vormcultuur, trekheesters, buitenbloemen, perkgoed,
snijbloemen, potcultuur. De Westeinderplassen zijn te bezoeken met een
rondvaart die vertrekt vanaf het Praamplein in het centrum van het dorp.
Op de Westeinderplassen zijn nog kwekers actief die zich op de bovenlanden
van Aalsmeer bezig houden met de teelt van seringen -snijbloemen.
De naam
De naam Aalsmeer is waarschijnlijk afgeleid van Alsmar, dat
'palingmeer' betekent. Maar ook Aelsmer dat 'allesmeer' zou betekenen en
els-er dat ‘drassig land met elzen’ betekent, behoren tot de
mogelijkheden. De meeste Aalsmeerders gaan uit van 'palingmeer'. Ook nu
nog wordt in Aalsmeer (in de Westeinderplassen) op paling gevist (peuren);
de vangst is wel minder dan enkele decennia terug.
In 1816 werd het wapen van Aalsmeer vastgesteld. Het is de afbeelding van
een Hollandse leeuw met een paling in zijn voorpoten; bij het wapen hoort
de tekst: Retine quod habes (behoudt wat u hebt)
Geschiedenis
Aalsmeer wordt voor het eerst genoemd in 1133 als 'Alsmar'. Deze naam
komt voor in een oorkonde waarbij land geschonken wordt aan de abdij van
Rijnsburg, een adellijk nonnenklooster. In een akte van Diederik VII wordt
deze schenking in 1199 nog eens bevestigd. Het gebied Alsmar was toen een
wildernis van lage elzen- en wilgenbossen. In de omgeving werd veel turf
gestoken, waardoor er grote meren en plassen ontstaan.
Vervening
De bewoners van Aalsmeer zagen de hele omgeving verdwijnen door de
vervening (het afgraven van veen). Zo ontstonden de Oosteinderpoel,
Schinkelpoel, Stommeer, Hornmeer, Legmeer en de Westeinderplassen. Er
bleef weinig landbouwgrond over, zodat veel inwoners in de 15e eeuw op
visserij overschakelden. Het beetje grond dat over was werd steeds
intensiever bewerkt. De schaarse grond werd vooral gebruikt voor
boomteelt. De tuinders konden ook goed verdienen aan het vormknippen van
bomen en struiken in de tuinen van rijke kooplui. Deze tijd was ook het
begin van de aardbeienteelt.
Drooglegging
Het grondgebrek dat door vervening was ontstaan werd bestreden door de
veenplassen weer droog te leggen. Hiermee werd in de 17e eeuw begonnen.
Eerst werd het Stommeer drooggemaakt (1650) en daarna het Hornmeer (1674).
Straatnamen herinneren ook vandaag de dag nog naar deze meren; zo kent
Aalsmeer de Stommeerweg en Stommeerkade. De Hornmeer is een wijk in
Aalsmeer.
Van vis naar aardbei
In 1852 werd de aan Aalsmeer grenzende Haarlemmermeer drooggelegd.
Daarna volgen de droogleggingen van de Schinkelpoel, de Oosteinderpoel en
het Legmeer. De visserij werd minder (alleen nog mogelijk op de Westeinder)
en het vervenen hield op, de inwoners gingen meer bomen, planten en fruit
verbouwen. Tussen 1850 en 1885 beleefde de aardbeienteelt zijn hoogtepunt.
De aardbei werd het symbool voor de vlag van Aalsmeer: rood, groen, zwart
(vrucht, blad, aarde). Aalsmeer kent trouwens ook een 'Aardbeienbrug', te
vinden aan de Uiterweg.
Ontstaan van de veiling
De kwekers verkochten de aardbeien aan tussenhandelaren, die met een
aardbeienschip naar Amsterdam voeren om de waar aan de man te brengen. In
deze tijd ontstond het veilingwezen in Nederland, waarbij Aalsmeer een
heel grote rol ging spelen. De bloementeelt begon rond 1880 met het kweken
van rozen (toen al in kassen). De veengrond bleek heel goed te zijn voor
de bloementeelt. De bloemen werden eerst nog met schuiten naar de markt in
de stad gebracht, maar al snel werd de handel naar Aalsmeer verlegd. In
1912 werden daar twee veilingen gesticht: de Centrale Aalsmeerse Veiling
en Bloemenlust. In de Centrale Veiling is nu de Studio van Endemol
gevestigd.
Joop vd Ende
Joop van de Ende heeft zijn amusementspaleis in Aalsmeer gebouwd. John
de Mol heeft er ook nog wat mee te doen geleuf es mij.
Tweede Wereldoorlog
In de Tweede Wereldoorlog verwierf Aalsmeer een reputatie als
Nazi-bolwerk. Dat was vooral te wijten aan de fanatieke NSB-burgemeester
Kolb en een handjevol fascisten. Door de ligging bij Schiphol, de
Westeinderplas en Amsterdam was het dorp een belangrijk strategisch punt.
Aalsmeer was bovendien een rijk dorp, door de teelt van bloemen en
planten, de visserij en de veilingen. Vanaf 1942 zette een aantal kleine
verzetsgroepen zich in voor de vele uit Amsterdam gevluchte joden die in
Aalsmeer onderdoken. Het toenmalige hoofd burgerzaken Cees Braber was een
groot vervalser van persoonsbewijzen. Vaste gast in het dorp was de
opperbevelhebber van de Wehrmacht in Nederland, Friedrich Christiansen,
die er boten liet bouwen. Na de oorlog vonden er meer dan honderd
rechtzaken tegen NSB’ers uit Aalsmeer plaats. Journalist Theodore van
Houten schreef een boek over de periode onder de titel: Een vrij ernstig
geval.
Wederopbouw
In 1950 telde Aalsmeer 12.500 inwoners. In deze periode was de
tuinbouw al van groot belang. Er waren bloementelers, boomkwekers en er
was veel glastuinbouw, maar het voornaamste gewas in die tijd was nog
steeds de aardbei. In 1972 fuseerden de twee Aalsmeerse veilingen. De
nieuwe combinatie heet Verenigde Bloemenveilingen Aalsmeer; het nieuwe
gebouw was in 1972 gereed. Vanuit deze veiling was het maar een klein stuk
rijden naar het vliegveld. Het nieuwe Schiphol was toen juist in gebruik
genomen. Hierdoor kregen de Hollandse tuinders rechtstreeks toegang tot de
Amerikaanse en Japanse markt. Inmiddels geniet Aalsmeer wereldwijde
bekendheid door de bloemenveiling. Met een vloeroppervlak van 999.000 m²
is het veilinggebouw volgens het Guinness Book of Records het grootste
handelsgebouw ter wereld.
Wijkindeling
De gemeente wordt ingedeeld in de volgende wijken en buurten
Aalsmeer
Centrum
Zuid I, Zuid II en Zuid III
Hornmeer
Uiterweg
Zuidwestboezem
Zuidwestpolder
Kompolder
Oranjewijk
Noordoostboezem
Noordoostpolder
Schinkelpolder
Bij de Poel
Nieuw Oosteinde
Kudelstaart
Kudelstaart Kom
Omgeving Kudelstaart
Kalslagen
Geboren in Aalsmeer
Jacques van Tol (22 november 1897), tekstschrijver (overleden 1969)
Peter R. de Vries (14 november 1956), misdaadverslaggever
Johannes Fake Berghoef architect (overleden 1994)
Veelgemaakte spellingsfouten: Alsmeer Aalmeer
Aalsmer Aalsmere
bron: wikipedia
Bron foto: wikipedia
|